Commissie Onderwijs 14-04-2016 – Taalniveau Nederlands

18 april 2016

Het taalniveau Nederlands in de klassen van de Vlaamse Rand zou achteruitgaan als gevolg van het toenemend aantal anderstalige leerlingen (met een veel grotere diversiteit dan voorheen). En dat zou voor leerachterstand zorgen. Onderwijscommissaris Koen Daniëls wees in datzelfde verband ook op de stelling van leraren dat de tijd en de energie die zij bewust investeren in de kinderen die als thuistaal niet het Nederlands spreken, niet in andere leerlingen kunnen worden geïnvesteerd, waardoor ook die de dupe dreigen te worden.
Minister Crevits kon wel bevestigen dat het aantal anderstalige leerlingen (zeker in de Vlaamse Rand) toenam, maar daarmee was de vraag of het niveau van de Nederlandse taal is achteruitgegaan, nog niet beantwoord. Uit de peilingen Nederlands aan het einde van het basisonderwijs bleek dat alvast niet, maar ook dat was nog geen bewijs van het tegendeel van wat Daniëls uit een krant citeerde. De minister wilde wel zo’n steekproef doen voor de Vlaamse Rand.
Onderwijscommissaris Jo De Ro wees erop dat voor de Vlaamse Rand in dezen nog andere vragen op tafel zullen komen dan wat al in de zg. Talennota staat. De Taskforce Onderwijs Vlaamse Rand bereidt een rapport/advies voor en De Ro gaf enkele voorbeelden van wat daarin alvast aan bod zal komen, zoals bv. meer aandacht voor taalontwikkeling van kinderen jonger dan 2,5 jaar. Daarbij vermeldde hij resoluut de pertinente weigering van Welzijn om leerlingen met anderstalige ouders te begeleiden. Hij stelde ten slotte voor om het rapport later te kunnen agenderen in deze commissie. De minister vond dat een goed idee en zou dan ook dat rapport samen met de Talennota willen behandelen.
Zij kondigde ook aan dat het al in een eerdere commissievergadering vermelde onderzoek Meertaligheid als Realiteit op School (MARS) diezelfde avond of de volgende ochtend publiek zou worden. Dit is een belangrijk onderzoek omdat het net gaat over hoe het gebruik van meertaligheid een troef kan zijn, ook op school.
Ten slotte wees vragensteller Daniëls nog op de verantwoordelijkheid van ouders in dezen: “Als de thuistaal niet-Nederlands is wanneer de kinderen 2,5 jaar zijn en starten in het kleuteronderwijs, en als dat nog steeds zo is wanneer ze 18 jaar zijn en hun ouders dan nog altijd geen Nederlands spreken, dan is dat zowel voor die kinderen als voor die ouders absoluut niet evident met het oog op hun integratie. Denken we maar aan alles wat we organiseren in verband met oriëntering of verdere studies.” Zéér juist.

Lees de bespreking van de “Vraag om uitleg over het taalniveau Nederlands in de klas van Koen Daniëls” aan minister Hilde Crevits.