Voorstel van resolutie zomerscholen n.a.v. de coronacrisis: een kort commentaar (Commissie voor Onderwijs van 4 juni 2020)

10 juni 2020

De bespreking van dit dossier was een rechtstreeks vervolg op de plenaire vergadering van 27 mei, waarin het voorstel van resolutie geen spoedbehandeling kreeg en naar de Commissie voor Onderwijs verwezen werd. We hadden zulks recent nog al meegemaakt. Het parlementaire instrument “resolutie” was duidelijk in trek. Nu, -- maar inderdaad, ook alweer in de coronacontext --, ging het over de oproep tot zomerschoolprojecten, die minister Weyts gepubliceerd had op 14 mei 2020.

Elisabeth Meuleman lichtte het voorstel toe. Nu had de meerderheid geen tegenvoorstel (cf. infra). Indiener Meuleman wilde vooral dat het doelpubliek van de zomerschoolprojecten uitgebreid zou worden tot kinderen van de derde kleuterklas, dat de te krappe deadline van 5 juni zou worden opgeschoven naar 15 juni, dat steden en gemeenten aangemoedigd en ondersteund zouden worden om een voortrekkersrol op te nemen en dat de samenwerking met organisaties die ervaring hadden met het bereiken en betrekken van kwetsbare leerlingen of het raadplegen van de expertise van die organisaties, als aanbeveling in de projectoproep zou worden opgenomen.

Waarna mede-indiener Hannelore Goeman het verhaal nog eens zo ongeveer overdeed. De “Mevrouw Meuleman zei het al…”-vermeldingen waren talrijk.

In de bespreking vielen mij deze zaken op.

Eén. Kathleen Krekels beschreef volgens mij erg nauwkeurig waarom ze vond dat het voorstel van resolutie eigenlijk zonder voorwerp was: wat gevraagd werd, stond al in de oproep of, zoals voor de kleuters, er bestond al een ruim zomeraanbod voor.

Twee. Loes Vandromme wilde wel dat er ook  nieuwe actoren (scholen en lokale besturen) projectvoorstellen zouden indienen en vond een evaluatie van wat ingediend zou worden nodig. Zij dacht daarbij ook aan een ruimere invulling van het huidige opzet dat vooral gericht was op welke leerdoelen (eindtermen) bij bepaalde leerlingen nog niet gerealiseerd waren.

Drie. Jo Brouns deelde die mening, maar voegde nog een interessant (en politiek relevant) element toe: hij vond het heel positief dat de provincies, in het kader van hun flankerend onderwijsbeleid, op deze zomerschoolkar gesprongen waren. Voor kleine gemeenten als die van Brouns was dat een goede zaak.

Vier ten slotte. De indieners kregen wel steun vanuit een onverwachte hoek. Roosmarijn Beckers en Jan Laeremans zouden ook “voor” stemmen. De laatste verwees daarbij in het bijzonder naar het argument van de kleuters, waarnaar hij wel oren had en waarop hij weinig reactie van de meerderheid gehoord meende te hebben, en in het bijzonder dan de kleuters met niet-thuistaal Nederlands, van wie hij vreesde dat hun moeders die zouden thuishouden van zulke zomerscholen. Gelet op de algemene teneur in zijn fractie wat mensen met een migratieachtergrond betreft, wist ik niet goed hoe gemeend zijn argument eigenlijk was.

De stemming leverde als resultaat: 8 tegen, 6 voor.

Je kunt de video-uitzending (vanaf 9:54) bekijken.

Reageren op dit commentaar kan bij wilfried.vanrompaey [at] katholiekonderwijs.vlaanderen (subject: Voorstel%20van%20resolutie%20zomerscholen%20n.a.v.%20de%20coronacrisis%20-%204%2F06%2F2020) (Wilfried Van Rompaey).