Commissie Onderwijs 31-01-2019 – Fusiedrang van sommige schoolbesturen

06 februari 2019

Deze vraag om uitleg van onderwijscommissaris Koen Daniëls vormde een vervolg op zijn actuele vraag in de plenaire vergadering van 24 oktober 2018. De kwestie werd steeds actueler en verspreidde zich geografisch. De bedoelde fusieplannen zouden geen draagvlak hebben bij leraren, ouders en leerlingen en vragensteller Daniëls stelde zich vragen bij de manier waarop het Participatiedecreet geïnterpreteerd werd in die casussen. Hij schetste ook het naar verluidt oneigenlijke gebruik van bepaalde argumenten voor een fusie door de betrokken schoolbesturen. Vanwaar kwam die fusiedrang, hoe kon de minister de desinformatie tegengaan en was aan de toekenning van infrastructuurmiddelen (door AGION) een voorwaarde tot fusie van scholen opgenomen? Voor een goed begrip, toch eerst nog even dit: in àlle casussen die geviseerd werden (cf. geografische spreiding supra), gaat het nooit over een fusie van scholen, alleen over samenwerking tussen scholen op diverse vlakken in mindere of meerdere mate.

Minister Crevits herhaalde wat ze in dezen bij die vorige gelegenheid gezegd had over het belang van zorgvuldige voorbereiding, dito overleg en communicatie en verwees naar allerlei bestuurlijke optimalisaties zonder dat dit met veel ‘lawaai’ gepaard ging. De eigenheid van een school kreeg terecht veel aandacht zowel van de minister als van vragensteller Daniëls, maar of het concept “een school” en de eigenheid daarvan gebetonneerd zijn voor de eeuwigheid durf ik gelijk ook wel betwijfelen. De minister verwees ook terecht naar artikel 21 van het Participatiedecreet. Voorts waren de spelregels inzake de modernisering van het secundair onderwijs eveneens duidelijk. De minister, zoals ook vragensteller Daniëls, laakte diverse elementen van desinformatie. Terecht! Maar…het lijkt me niet altijd zo eenvoudig om te weten precies wie precies wat in precies welke context gezegd heeft. Met de toelichting van de minister bij het infrastructuurdeel in het dossier werd mij overigens duidelijk dat zulke casussen soms toch wel wat genuanceerder ineenzitten, maar het klopt, schoolbesturen en schooldirecteurs moeten correct blijven in hun argumentatie. Zeer zeker. Zonder heel concreet te kunnen oordelen, want daarvoor mis ik de juiste en volledige informatie, moet mij toch dit van het hart: (i) op 25 januari 2019 las ik dit persbericht van de Scholengroep Sint-Michiel van Roeselare; (ii) de daar vermelde informatie en uitslag van stemmingen onder het personeel over diverse scenario’s lijken mij relevant; en (iii) meer algemeen, is het nu zo onlogisch dat in de context van de modernisering secundair onderwijs het plan opgevat wordt bv. om een zgn. domein over de hele breedte te gaan organiseren en daarvoor de bestaande scholen c.q. vestigingsplaatsen navenant in te zetten of nog andere scenario’s? Daar was toch vraag naar, ook in diverse politieke milieus. Die hoor ik nu niet in dit debat. Overigens is er in mijn eigen gemeente (plus een aangrenzende gemeente)  al jaren geleden een scholengemeenschap onder één schoolbestuur tot stand gekomen, waarbij in de loop der jaren diverse structurele verschuivingen in het studieaanbod gerealiseerd werden. Niet altijd makkelijk, maar mits tijd en geduld, erg geslaagd. Ook toen waren er voor- en tegenstanders, uiteraard, zulks zal altijd het geval zijn en dan moet een schoolbestuur leiderschap tonen. Net zoals een regering trouwens, die evenmin zich kan beperken tot populaire maatregelen. Maar als de filosofie van de modernisering so finaal moet zijn “elke bestaande school moet dezelfde school blijven”,--  wat mij evenzeer een oneigenlijk gebruik lijkt van het nieuwe decreet  want is ook slechts een mogelijkheid van het decreet, geen verplichting, -- dan zijn we dicht bij het verhaal van de pot en de ketel…

Ten slotte nog een woord over de presentaties “van de koepel van die school”, zoals vragensteller Daniëls het verwoordde, waarbij dan zinnen zouden gevallen zijn als: ‘Vlaams minister van Onderwijs Hilde Crevits (CD&V) legt de scholen met het nieuwe leerplan heel wat verplichte uren op.’ Ik weet natuurlijk niet over welke koepel het ging, maar verwijs gewoon naar wat ik hierboven schreef: wie precies heeft zulke zin uitgesproken? Zou het kunnen, -- een hypothese --, dat zulks noch min noch meer de, toegegeven inaccurate, formulering is van iemand die de regelgeving niet zo goed kent, maar dit nooit zo gestaan heeft in een nota van bv. de organisatie waarvoor ik werk, Katholiek Onderwijs Vlaanderen?

Lees de bespreking van de “Vraag om uitleg over de fusiedrang van sommige schoolbesturen, ondanks andersluidende adviezen en het gebrek aan draagvlak bij personeel, ouders en leerlingen van Koen Daniëls” aan minister Hilde Crevits.

Reageren op dit commentaar kan bij wilfried.vanrompaey [at] katholiekonderwijs.vlaanderen (subject: Commissie%20Onderwijs%2031-01-2019%20%E2%80%93%20Fusiedrang%20van%20sommige%20schoolbesturen) (Wilfried Van Rompaey).