Commissie Onderwijs 30-04-2020 – Digitale competenties van jongeren en leraren

06 mei 2020

Met deze onderwijscommissievergadering waren we voor het eerst sedert lang weer toegekomen aan ‘gewone’ vragen om uitleg (lees: die niet over de coronacrisis gingen). Maar meteen werd deze vraag om uitleg van Jo Brouns, die ingediend was in ‘onverdachte’ tijden, door het thema ervan toch weer ook gelinkt aan de coronacrisisactualiteit. Erg was dat niet, maar de oorsprong van de vraag lag wel elders: met name, in het zgn. Digimeterrapport 2019 (imec brengt sinds 2009 in zulke rapporten het media- en technologiegebruik in Vlaanderen in kaart) en de visie van Mediawijs, Kenniscentrum mediawijsheid, daarop. Brouns citeerde enkele conclusies. Hij verwees ten slotte ook nog naar het  jeugd- en kinderrechtenbeleidsplan, dat ook een prioriteit over mediawijsheid bevat. Wat dacht minister Weyts over die vaststellingen, hoe zat dat in de toekomstige eindtermen tweede en derde graad secundair onderwijs en welke andere initiatieven zou hij nog nemen in dit verband?

Specifiek voor het leerplichtonderwijs voegde de minister andere meetinstrumenten toe, zoals de ICT-monitor MICTIVO en het Apestaartjarenonderzoek van Mediawijs, dat binnenkort gepubliceerd zou worden (cf. ook editie-2018). Daarmee kon hij, met enige nuance, de conclusies van het Digimeterrapport bevestigen. Hij legde het verband met de eindtermen en had een waslijst aan andere relevante initiatieven ter zake, incl. financiële middelen. Er gebeurde dus al heel wat en in het najaar zou ook nog het finale actieplan voor het jeugd- en kinderrechtenbeleidsplan volgen.

In zijn repliek ging vragensteller Brouns dan nog explicieter door op het coronaverband van het thema: quid met de evaluatie van het online afstandsleren en de zorg om de digitale competenties van leraren?

Interveniënt Roosmarijn Beckers polste naar een nieuw MICTIVO-onderzoek deze legislatuur en vroeg of er dan meer tijd en middelen voor de onderzoekers zouden zijn. Interveniënt Elisabeth Meuleman vond dat het momentum van de coronacrisis m.b.t. dit belangrijke thema niet verloren mocht gaan en had blijkbaar een identieke vraag ingediend (nadien ingetrokken?), die ze nu dan maar gelijk ook stelde (incl. die van bijkomende overheidsinvesteringen die ze al bij herhaling gesteld had tijdens de coronadebatten). Voorzitter Karolien Grosemans ten slotte herinnerde aan eerdere vraag over dit thema (van Jo Brouns en haarzelf; op 23 januari 2020) en prees gelijk ook de digitale prestaties van leraren in deze coronatijden.

Voor de evaluatie van het online afstandsleren zou minister Weyts zeker gebruikmaken van het lopende UGent-onderzoek. Hij keek door een positieve maar ook realistische bril naar de digitale ervaringen en prestaties. Wat de financiële kant van de zaak betrof, hoopte hij op korte termijn de ICT-budgetten voor scholen te kunnen optrekken en hij zou daarbij ook kijken naar de ICT-coördinatoren in die scholen.

Brouns’ slotwoord bevatte nogal wat herhaling, maar deze twee punten leken mij toch nog belangrijk: er is een kamerbrede consensus over het belang van dit thema én (fysiek) contactonderwijs blijft prioriteit nummer één.

Lees de bespreking van de “Vraag om uitleg over digitale competenties bij jongeren van Jo Brouns” aan minister Ben Weyts.

Reageren kan bij wilfried.vanrompaey [at] katholiekonderwijs.vlaanderen (subject: Commissie%20Onderwijs%2030-04-2020%20%E2%80%93%20Digitale%20competenties%20van%20jongeren%20en%20leraren) (Wilfried Van Rompaey).