Commissie Onderwijs 25-06-2020 – Discriminatie en racisme in onderwijs

30 juni 2020

Na de bespreking van twee voorstellen van resolutie diezelfde ochtend (één voorstel was ook van vragensteller Hannelore Goeman), waarbij ook dit thema aan bod gekomen was (toen zonder de minister, nu mét), volgde dus nog een aparte vraag om uitleg over hetzelfde delicate en complexe thema. Goeman stelde, op grond van diverse elementen, dat er een probleem van racisme en discriminatie was in het onderwijs. Het was niet alleen een zaak van een gebrekkige kennis van het Nederlands. Ons onderwijs worstelde dus met diversiteit, waardoor er veel talent verloren ging, aldus nog Goeman. Een echt gelijkekansenbeleid en een actief en stimulerend diversiteitsbeleid op school waren nodig, inclusief een aanpak van vooroordelen van leraren ten aanzien van leerlingen en studenten met een migratieachtergrond. Minister Weyts?

Die vond het een goede zaak dat de gevoeligheid voor racisme verhoogd was, maar er bleven vele uitdagingen. Daarom planden de Vlaamse regering en hijzelf nog een aantal maatregelen. Een omstandige, maar gelijk ook gekende opsomming volgde: zowel ten aanzien van leerlingen en leraren als van het onderwijs in zijn geheel. Hij ging ook specifiek in op de lerarenopleidingen en professionaliseringsinitiatieven en zou de diversiteit bij het onderwijspersoneel in kaart brengen.

Nadat voorzitter Grosemans opnieuw aangekondigd had dat ze de replieken en tussenkomsten ging timen, -- heel terecht --, herhaalde vragensteller Goeman gewoon een stuk van wat de minister of zij net gezegd hadden.

Zes interveniënten volgden. Jo Brouns beaamde de noodzaak van meer diversiteit in het lerarenkorps, maar zulks moest volgens hem ook gemonitord worden zodat de effectiviteit van bepaalde acties duidelijk kon worden. Hij verwees ook, zonder namen te noemen, naar onderzoek van de KU Leuven over diversiteitsbeleid op school, dat interveniënt Elisabeth Meuleman later expliciet met naam zou noemen en verbond met de vzw School Zonder Racisme. Roosmarijn Beckers vond het verlies aan talent ook een probleem, maar vermeldde nog een andere, ook interessante bron: Simon Mensaert van SODAplus in Knack van 17 juni 2020 (p.52-53) (voor abonnees). Diens ultieme doel om van al zijn tso- én bso-leerlingen mechanica ingenieurs te maken vond ik wel een tikkeltje overdreven, maar hij had wel relevante praktijkervaring, waarmee Beckers de minister confronteerde. Stijn Bex legde voor de gewenste diversiteit in het lerarenkorps het verband met de (onderbroken) reeks hoorzittingen over het lerarentekort, met name die waar de directeur van Onderwijscentrum Brussel (OCB) inderdaad boeiend gesproken had over de grootstedelijke problematiek. Hij apprecieerde de aangekondigde monitoring van het lerarenkorps, wilde die ook voor studenten in de lerarenopleiding, maar kende, niet onterecht, nu al het resultaat en dus was hij vooral geïnteresseerd in wat nadien met die vaststellingen zou worden gedaan. Gelijk had hij, maar wat ik steevast mis in dat type discours, is de verantwoordelijkheid van de betrokken personen met een migratieachtergrond zelf nààst de verantwoordelijkheid van de lerarenopleidingen, de overheid en de samenleving in haar geheel. Loes Vandromme verwees opnieuw naar het Vlor-verkiezingsmemorandum (p.38), dat een grondig conceptueel debat vroeg over de uitgangspunten, indicatoren en doelstellingen van het gelijkeonderwijskansenbeleid. Elisabeth Meuleman herhaalde een stukje van het debat over haar voorstel van resolutie, dat die ochtend gevoerd was, en verwees, zoals gezegd, naar School Zonder Racisme. Zou minister Weyts daar meer middelen voor uittrekken? Koen Daniëls ten slotte had nóg een andere interessante bron, nl. een vrije tribune van professor Patrick Loobuyck van 23 juni 2020, waarnaar ik als niet-abonnee jammer genoeg hier niet kan linken. Daniëls bevestigde het belang van hoge verwachtingen aan iedereen én het belang van kennis van het Nederlands.

Hoe de minister meer mensen met een migratieachtergrond naar lerarenopleidingen ging krijgen, werd niet duidelijk, maar verwonderde mij ook niet, gelet op de complexiteit van dat vraagstuk, dat nog heel wat tijd en energie zal vergen. De zaak leverde volgens hem wel alvast een actuele onderzoeksvraag op voor zijn nieuwe organisatie van het onderwijsonderzoek (cf. SONO-vragen om uitleg). Vragensteller Goeman was daar blij mee en herhaalde nogmaals de essentie van haar punt.

Lees de bespreking van de “Vraag om uitleg over discriminatie en racisme in het onderwijs van Hannelore Goeman” aan minister Ben Weyts.

Reageren kan bij wilfried.vanrompaey [at] katholiekonderwijs.vlaanderen (subject: Commissie%20Onderwijs%2025-06-2020%20%E2%80%93%20Discriminatie%20en%20racisme%20in%20onderwijs) (Wilfried Van Rompaey).