Commissie Onderwijs 18-06-2020 – Schoolverlatersrapport van VDAB

23 juni 2020

Die ochtend had ook Loes Vandromme over dit thema een vraag om uitleg gesteld aan de minister van Werk enz., Hilde Crevits (nwvr: die commissievergadering speelde zich al live in Brussel af, terwijl de Onderwijscommissie nog het onlineformat hanteerde). Nu was het in de Onderwijscommissie de beurt aan Koen Daniëls en minister Ben Weyts. Het Schoolverlatersrapport van de VDAB (editie 2020) dus. Vragensteller Daniëls overliep enkele belangrijke resultaten en bracht de zaak specifiek in verband met de zevende jaren in het secundair onderwijs, waaronder ook het zgn. ‘naamloos leerjaar’, en de plannen in dat verband in het Regeerakkoord (incl. ook het eventuele schakeljaar als voorbereiding op het hoger onderwijs). Wat was de reactie van minister Weyts op het rapport en hoever stond het met de uitvoering van de bedoelde passage in het Regeerakkoord?

De minister begon zijn antwoord met de waarschuwing dat dit een “een nogal technische materie” was en inderdaad heel dat onderdeel van het secundair onderwijs is toch nogal wat. De profielen uit alle STEM-opleidingen bleven duidelijk zeer gegeerd bij werkgevers, aldus het VDAB-rapport. Voor de naamloze leerjaren schetste de minister de geschiedenis van de zgn. matrix in het kader van de modernisering secundair onderwijs, wat het derde leerjaar van de derde graad betrof, én de toekomst ervan vanaf 1 september 2025, met dan ook de gevolgen voor de diploma’s/studiegetuigschriften/onderwijskwalificaties. Bovendien was het huidige naamloos leerjaar vrij programmeerbaar sinds 1 september 2019 en daarmee zou hun aantal van slechts twee (in 2018-2019) over zes (in 2019-2020) kunnen aangroeien tot 34 (vanaf 2020-2021). De eindtermen voor dat soort derde leerjaar van de derde graad zouden nu nog niet geformuleerd worden binnen het hangende dossier van de eindtermen tweede en derde graad, waarmee we terug belandden bij de vraag om uitleg van Elisabeth Meuleman van de week voordien.

Vragensteller Daniëls herhaalde zijn grote geloof in het idee van het naamloos leerjaar (weliswaar met een andere naam, maar dat verhaal kennen we ook intussen), maar herinnerde ook aan dat àndere zevende leerjaar uit het Regeerakkoord: het schakeljaar dat bedoeld was voor bv. aso-leerlingen als extra opstap naar het hoger onderwijs. Waren over beide soorten leerjaren al gesprekken opgestart met de onderwijskoepels?

Interveniënt Loes Vandromme deelde het vermelde geloof met vragensteller Daniëls (nwvr: het parlementaire verslag vermeldde “proclamaties”, maar bedoeld waren “programmaties”; het leven van de parlementaire medewerkers is ook niet je dat in coronatijden) en verwees naar haar verwante vraag aan minister Crevits die ochtend: zou er, analoog aan het STEM-actieplan, ook een actieplan Zorg komen en zou minister Weyts daaraan meewerken? Interveniënt Kristof Slagmulder trok het thema nog wat verder open: naast de zorgsector, waar ook hij bezorgd om was, wees hij op de sector Onderwijs zelf en de noodzaak om lerarenopleidingen/het lerarenberoep aantrekkelijker te maken.

Minister Weyts rondde het gesprek slechts heel kort af: de zorgopleidingen zou hij bekijken met de bevoegde collega-minister en voor de eindtermenkwestie herhaalde hij de timing, die voor de hier vermelde soorten leerjaren nog wat respijt gaf.

Lees de bespreking van de “Vraag om uitleg over het schoolverlatersrapport van VDAB van Koen Daniëls” aan minister Ben Weyts.

Reageren kan bij wilfried.vanrompaey [at] katholiekonderwijs.vlaanderen (subject: Commissie%20Onderwijs%2018-06-2020%20%E2%80%93%20Schoolverlatersrapport%20van%20VDAB) (Wilfried Van Rompaey).