Commissie Onderwijs 18-06-2020 – Grondwettelijk Hof en hoofddoekenverbod

22 juni 2020

Met het arrest (prejudiële vraag) van het Grondwettelijk Hof van 4 juni 2020 inzake het hoofddoekenverbod hernam Roosmarijn Beckers haar vraag om uitleg van 9 januari 2020. Het arrest nu ging weliswaar over een Franstalige, stedelijke hogeschool, maar het was koren op haar molen. Ook op die van minister Weyts, maar dan wel met eenzelfde nuance als op 9 januari. Op 5 juni hadden ook zijn partijgenoten Theo Francken en Koen Daniëls alsook Jean-Jacques De Gucht een kort gelijkaardig commentaar in de media (voor abonnees) gegeven. Zou minister Weyts met dit nieuwe arrest nu wél werk maken van een decretale verankering van een hoofddoekenverbod in het gemeenschaps- en het provinciaal onderwijs, zoals het Regeerakkoord stipuleerde volgens vragensteller Beckers?

Minister Weyts lichtte deze juridische zaak toe (nwvr: hij sprak wel van het hoger gemeenschapsonderwijs, terwijl de « Haute École Francisco Ferrer » de gemeenteraad van de stad Brussel als inrichtende macht heeft, maar oké, het blijft daarmee wel officieel onderwijs). Het was inderdaad belangrijk om precies te weten wat het arrest inhield. Maar even belangrijk: minister Weyts verwees meteen ook naar die andere Vlaamse casus (Leuven), die na het voor de minister gunstige precedent van een analoog Tongers-Antwerps dossier, nu in het Hof van Beroep van Brussel zat. Die zaak was nog hangende.

Een ander relevant element was dat het daarbij om gemeenschapsonderwijs ging, waar inderdaad een omzendbrief bestaat die de opname van een neutraliteitsverplichting in het schoolreglement oplegt aan zijn scholen. De minister koppelde zijn vervolgoptreden aan de uitspraak van het Brusselse Hof, waarbij hij dezelfde strategie zou volgen als voorheen, mét verwijzing ook naar de juridische risico’s van een eventueel decretaal optreden. Hij wachtte dus nog af.

Vragensteller Beckers stelde de minister alvast gerust over de voor een bijzonder decreet vereiste tweederdemeerderheid, want haar fractie zou zo’n decretaal initiatief goedkeuren. De tussenkomt van Jean-Jacques De Gucht was vervolgens heel duidelijk en verwacht (met wel ook een zekere omzichtigheid), maar het viel me op dat noch sp.a, noch Groen, noch CD&V, noch PVDA tussenkwam. Dus ging ik toch maar even grasduinen in de respectieve verkiezingsprogramma’s van die partijen van voorjaar 2019. PVDA zei daar toen over dit thema iets algemeens (en niet helemaal duidelijk: “1 pluralistisch openbaar onderwijsnet” ), maar de andere drie niets. Zou CD&V, àls er een decretaal initiatief zou komen (nwvr: en het was opnieuw heel duidelijk dat minister Weyts wel blij was met het arrest maar een decretaal initiatief zelf zou willen vermijden), zomaar meestemmen met haar coalitiepartners in de Vlaamse regering? Quid met Groen en sp.a? De vereiste tweederdemeerderheid is dan echt zo zeker niet meer, lijkt mij (nwvr: VB+N-VA+Open Vld+ (eventueel)PVDA = 78 stemmen op 124= 62,90%, dus niet voldoende). Toegegeven, Groen was op dat ogenblik nog niet aanwezig in de commissievergadering, sp.a, CD&V en PVDA wél, maar ze kwamen niet tussen… Interveniënt De Gucht was wel zeker van de steun van de hele oppositie, want voor hem was het verbod van levensbeschouwelijke tekens ook een verhaal van gelijkheid van kansen.

Vragensteller Beckers verwees nog naar de situatie in Sint-Truiden, waar er in een school van het gemeenschapsonderwijs blijkbaar geen algemeen verbod van levensbeschouwelijke tekens in het schoolreglement staat,  en wilde weten hoe het voorts nog zat met het provinciaal onderwijs in dit verband.

Interveniënt Kathleen Krekels was ook blij met het arrest. Het ging om een zaak van vrijheid van onderwijs: een school moest zelf over zo’n verbod kunnen beslissen. Maar ze betreurde toch dat het hoofddoekenverbod “zo’n issue bleef” (haar woorden). Pratikeren in de islam kon volgens haar perfect door soepel(er dan sommigen nu) om te springen met een hoofddoek. Moslima’s zouden er zichzelf onderwijskansen mee ontnemen.

Minister Weyts mocht dan wel beweren dat het doel bij alle tussenkomsten hetzelfde was, nl. neutraliteit van het gemeenschapsonderwijs, maar misschien viel de gebruikte argumentatie in die diverse tussenkomsten toch niet helemaal samen:

  BW KK JJDG RB
Neutraliteit x x x x
Vrijheid van onderwijs   x    
Gelijke kansen   x x x
Anti-islam       ?

Voor een goed begrip, het laatste argument (“anti-islam”) werd niet uitgesproken tijdens de vergadering, maar misschien was het een dan toch onuitgesproken, onderliggend én belangrijk argument in hoofde van vragensteller Beckers. Ik moest trouwens ook nog terugdenken aan eerdere uitspraken van interveniënt De Gucht over levensbeschouwing en onderwijs tout court. Zou dat ook voor hem onderliggend hier kunnen spelen?

Het provinciaal onderwijs was een (kort) verhaal apart, maar als onderwijsinrichter kon men ook daar zo’n analoge omzendbrief met een verbod verspreiden. Formeel is elke provincieraad inrichtende macht van zijn provinciaal onderwijs, maar dat terzijde.

Het was duidelijk uit de houding van minister Weyts dat een (bijzonder) decreet ter zake er niet onvoorwaardelijk ging komen, wat vragensteller Beckers deed besluiten (nwvr: ze vergiste zich nog wel even van instantie die het hier bedoelde arrest geveld had): “Waarom kondigt u dan iets aan dat er dan eigenlijk niet komt of als u daar niet volledig voor gaat?”. Voor een goed begrip, toch nog dit: in het Regeerakkoord (p.25) staat nergens dat er voor deze kwestie een decreet zou komen…

Lees de bespreking van de “Vraag om uitleg over het arrest van het Grondwettelijk Hof van 4 juni 2020 inzake het hoofddoekenverbod op school van Roosmarijn Beckers” aan minister Ben Weyts.

Reageren kan bij wilfried.vanrompaey [at] katholiekonderwijs.vlaanderen (subject: Commissie%20Onderwijs%2018-06-2020%20%E2%80%93%20Grondwettelijk%20Hof%20en%20hoofddoekenverbod) (Wilfried Van Rompaey).