Commissie Onderwijs 17-10-2019 – Geletterdheidsvaardigheden van ouders

23 oktober 2019

Van een andere orde was de eerste vraag om uitleg van nieuwkomer Loes Vandromme (ook lid van de raad van bestuur van Basiseducatie Brugge-Oostende-Westhoek) naar aanleiding van de voorbije Week van de Geletterdheid, die liep van 9 tot 15 september 2019. Daarbij lag de focus op ouders met kinderen in het kleuter- en lager onderwijs.

Uit het Strategisch Plan Geletterdheid, dat de Vlaamse regering in september 2017 goedkeurde, was bekend dat heel wat partners aan zet zijn om de strategische en operationele doelstellingen ervan via meerdere acties na te streven en te realiseren. Welke nieuwe mogelijkheden zag minister Weyts nu om, naar aanleiding van de verlaging van de leerplichtleeftijd, in samenwerking met expertisecentra en de basisschool van hun kinderen bijkomende initiatieven te ontwikkelen die de geletterdheid van de ouders van leerplichtige kleuters nog zouden versterken?

In zijn antwoord zoomde de minister vooral in op anderstalige kleuters en daarbij op een maximale kleuterparticipatie vanaf drie jaar en op de nieuwe plannen rond taalscreening. Om de geletterdheid van ouders te versterken zou hij inzetten op de samenwerking tussen de scholen in het basisonderwijs en de centra voor basiseducatie. Hij gaf ook enkele cijfers in verband met de al bestaande samenwerking.

Vragensteller Vandromme repliceerde dat de focus in dezen ook ruimer gelegd zou moeten worden dan alleen op kennis van het Nederlands en op anderstalige kleuters.

Opnieuw volgde een indrukwekkende rij interveniënten. Annabel Tavernier vond dat dit thema samen moest worden bekeken met de ministers van Welzijn en van Integratie en Inburgering. Jean-Jacques De Gucht vroeg of er acties ondernomen werden om ook ouders van kinderen uit risicogroepen er nog meer toe aan te zetten hun kleuters al vanaf de leeftijd van 2,5 jaar naar school te brengen. Roosmarijn Beckers wees op het belang van kleinere klassen (en dus meer leraren) in het kleuteronderwijs om de taalverwerving van de kleuters te versterken, maar legde dan wat eigenaardig de link naar meer kinderverzorgsters, van wie kleuters het meest (inzake taal) zouden leren. Kim De Witte repliceerde daarop dat kinderen vooral van kinderen zouden leren en dus niet van de kinderverzorgster die de pamper ververst en hij wees op het verband met de sociale mix (en de afschaffing van de zgn. dubbele contingentering). Dat kon Koen Daniëls dan weer niet over zijn kant laten gaan. Zijn uitspraak daarbij “Er zijn heel veel verschillende talen en die zijn niet noodzakelijk zwart.” uit zijn thuisgemeente Sint-Gillis-Waas begreep ik wel niet zo goed. Voor het overige verdedigde hij, niet voor het eerst, de taalscreening en taalbaden, en vond ook het Strategisch Plan Geletterdheid belangrijk.

Minister Weyts wees nog even op de samenwerking met Kind en Gezin en met het Expertisecentrum Opvoedingsondersteuning (EXPOO), alsook met het Netwerk Basiseducatie om eventueel specifieke themapakketten te ontwikkelen die de centra voor basiseducatie zouden kunnen aanbieden aan laaggeletterde ouders.

Vragensteller Vandromme wees ten slotte op het grote taboe rond het ontbreken van de juiste competenties of ongeletterdheid, maar was hoopvol door het vele goeds dat al gedaan was en wat aangekondigd werd in het Regeerakkoord. Door haar tussenkomsten tot nog toe had Vandromme zich alvast doen kennen als iemand die positief oog had voor allerlei verwezenlijkingen van de vorige legislatuur.

Lees de bespreking van de “Vraag om uitleg over het versterken van geletterdheidsvaardigheden van ouders van kinderen uit het kleuteronderwijs van Loes Vandromme” aan minister Ben Weyts.

Reageren op dit commentaar kan bij wilfried.vanrompaey [at] katholiekonderwijs.vlaanderen (subject: Commissie%20Onderwijs%2017-10-2019%20%E2%80%93%20Geletterdheidsvaardigheden%20van%20ouders) (Wilfried Van Rompaey).