Commissie Onderwijs 17-10-2019 – Excellent onderwijs voor iedereen

23 oktober 2019

Uiteraard is dit een levensbelangrijk onderwijsthema, ook in het nieuwe Vlaamse Regeerakkoord en uiteraard mogen we het de vele nieuwkomers in de Commissie Onderwijs niet kwalijk nemen, maar ik begreep ook wel ancien Koen Daniëls, toen hij later in het gesprek haast uitriep: “Collega’s, ik dacht bij mezelf, we zijn erdoor, in verband met het secundair onderwijs en die eerste graad, maar ‘it starts all over again’.” Eigenlijk leek het mij ook een te omvangrijk thema voor een vraag om uitleg. Bij de bespreking van de beleidsnota zou hiervoor later nog tijd en ruimte genoeg zijn, dacht ik, maar dat terzijde.

Het was inderdaad opnieuw het hele verhaal van de modernisering secundair onderwijs in ruime zin, inclusief enkele intussen klassieke (en trouwens ook complexe) ingrediënten, met name, de leeftijd waarop een leerling in het secundair onderwijs zogenaamd het best een studierichting zou kiezen en daarmee samenhangend de structuur van dat secundair onderwijs naast de impact van de sociaal-economische status op de huidige studiekeuze in Vlaanderen. Ik ga me dan ook hier bepalen tot slechts enkele dingen, maar wil natuurlijk wel de lectuur warm aanbevelen van het integrale verslag van de commissiebespreking.

Minister Weyts herhaalde alle voor het thema relevante elementen uit het nieuwe Regeerakkoord, o.a. ook de geplande gestandaardiseerde, gevalideerde net- en koepeloverschrijdende proeven, waarrond overigens nog heel wat fundamentele én methodologische vragen gesteld kunnen worden, maar dat terzijde... Want wel heel snel wordt gesteld dat men “leerwinst” gaat meten, vind ik, maar zoals gezegd, dat terzijde.

Vragensteller De Witte liet de andere dan de Weyts-klok luiden. We kennen intussen goed de grote kampen op dit vlak in het Vlaamse onderwijsland.

Interveniënten  Jo Brouns, Jan Laeremans, Sihame El Kaouakibi, Roosmarijn Beckers, Koen Daniëls en Stijn Bex brachten nog diverse elementen aan. Daardoor ontstond, niet onverwacht, het beeld van een drietal kampen: er was het kamp van de meerderheidspartijen, waarbij El Kaouakibi en Daniëls, elk vanuit hun eigen praktijkervaring, toch ook wel specifieke en belangrijke accenten legden, waarvoor trouwens in beide gevallen veel te zeggen viel; Vlaams Belang sloot zich wel grotendeels aan bij de geest van het Regeerakkoord, maar wilde eigenlijk de bestaande studiekeuze nog vervroegen; en anderzijds was er het kamp van de andere oppositiepartijen.

Eén zaak bleef en blijft hier voor mij duidelijk: het gaat om een complex probleem, dat trouwens het onderwijs overstijgt, waarvoor, ondanks het discours van wetenschappelijke evidentie in deze of gene richting, de echte oplossing niet zomaar voor het grijpen ligt en zelf blijf ik heel benieuwd naar het concrete effect, voor zover toewijsbaar, van bepaalde nieuwe maatregelen als vervolg op dit dossier uit de vorige legislatuur.

De laatste tussenkomsten van minister Weyts en van vragensteller De Witte (overigens veel uitvoeriger dan een kort slotwoord, zoals het reglement voorschrijft) brachten eigenlijk geen bijkomend nieuws en stelden de tegenstellingen nogmaals heel duidelijk. Behalve misschien nog dit: ik denk dat vragensteller De Witte toch ook de meest recente ontwikkelingen inzake PISA in Finland erop zou moeten nalezen in plaats van alleen te verwijzen naar het exclusieve Finse succesverhaal van weleer. Ten slotte erkende ook De Witte het belang van enkele door anderen aangebrachte elementen: kennis van het Nederlands (noodzakelijke, maar geen voldoende voorwaarde; en daarbij taalrijkdom) en de diversiteit in het lerarenkorps.

Lees de bespreking van de “Vraag om uitleg over excellent onderwijs voor iedereen van Kim De Witte” aan minister Ben Weyts.

Reageren op dit commentaar kan bij wilfried.vanrompaey [at] katholiekonderwijs.vlaanderen (subject: Commissie%20Onderwijs%2017-10-2019%20%E2%80%93%20Excellent%20onderwijs%20voor%20iedereen) (Wilfried Van Rompaey).