Commissie Onderwijs 15-03-2018 – Nieuwe cao voor onderwijs

19 maart 2018

In Julius Caesar van William Shakespeare waarschuwt een waarzegger het titelpersonage: "Pas op voor de Iden van maart" (15 maart). Caesar negeert de waarschuwingen, alsook die van zijn vrouw Calphurnia, en hij wordt op de Iden van maart vermoord door de samenzweerders (44 v.Chr.). Zo’n vaart liep het niet in deze beschaafde commissievergadering, maar het thema leende zich toch tot een pittig debat, waarin minister Crevits niet alleen de oppositie maar ook leden van de meerderheid duidelijk van antwoord diende. En cours de route gooide ze er nog heel wat boeiende geschiedenis bovenop.  Alles samen duurde dat inderdaad boeiende gesprek zo lang dat het de hele vergadering in beslag nam en vier andere, geplande vragen om uitleg naar de daaropvolgende week versluisd moesten worden.

Het voorontwerp van cao XI, daarover ging het dus. Voor wie hem daar niet zou kunnen lezen, de tekst staat ook helemaal publiek. Elders op de website van Katholiek Onderwijs Vlaanderen vind je nog bijkomende informatie. Zo rond 22 maart zouden alle antwoorden van de sociale partners binnen moeten zijn bij de minister en dan zou duidelijk zijn of elke achterban de tekst ook steunt.

Onderwijscommissaris Jos De Meyer, die bovendien nog jarig was ook (naar zijn eigen zeggen: “een opmerkelijke dag om jarig te zijn...” met een verwijzing naar de Romeinse, historische gebeurtenis), mocht de spits afbijten en had het persbericht van de minister gelezen. Hij wilde een stuk van het concretere wat, wie, hoe, wanneer vernemen en legde ook heel expliciet de link naar twee andere belangrijke onderwijsdossiers: het loopbaanpact en een legislatuuroverschrijdend actieplan voor het basisonderwijs, waarover het op deze pagina’s al meermaals gegaan is.

Ook onderwijscommissaris Koen Daniëls belichtte een aantal elementen uit de ontwerptekst en besteedde daarbij heel wat aandacht aan de lineaire loonsverhoging, die het “overgrote deel” van de beschikbare 108 miljoen euro voor haar rekening nam. Er waren dus geen middelen voor andere zaken en hij somde een hele waslijst op. Hij verbond dan het grootste deel van zijn vragen aan de ambitie van de Vlaamse regering om het beroep van leraar aantrekkelijk te maken en te houden, met daarbij nog extra een specifieke, interessante vraag over de verkorting van de aanloopperiode van de vaste benoeming.

Onderwijscommissaris Caroline Gennez ten slotte wees meteen in een bepaalde richting: het ging om een cao voor de periode… 2015-2019 en het was vandaag… juist ja! Ze evalueerde enkele elementen als plus en min en had dan een hele reeks heel specifieke vragen, deels overlappend met de vorige vragenstellers. Over het nieuwe lerarenplatform (zeg maar, de vervangingspool 2.0 van toenmalig onderwijsminister Marleen Vanderpoorten)  liet ze ook het concept “netoverschrijdend” vallen, maar daarover straks nog meer. Dat alles was samen goed voor een kwartier intro.

Minister Crevits begon meteen met een geschiedenisles. Vervolgens benadrukte ze de focus van de startende leraar en schetste de huidige en toekomstige arbeidsmarktsituatie als verantwoording van de cao-focus op de startende leraar én op koopkracht. Heel uitdrukkelijk en omstandig verdedigde ze de loonsverhoging tegen sommige smalende reacties in. Dat was dus duidelijk…dat gold ook voor nog een ander aspect van de lerarenloopbaan, mét cijfermateriaal bij de hand: de kwestie van de vaste benoeming. De diverse maatregelen voor de startende leraar en de vervangingsthematiek passeerden de revue. Samen met de sociale partners zou de minister ook gesprekken starten om de evaluatieprocedure (van leraren) te herzien op basis van vastgestelde knelpunten en het auditrapport van het Rekenhof (cf. gedachtewisseling in de Onderwijscommissie op 18 februari 2016). Volgden nog verwijzingen naar: extra middelen (56 miljoen euro: voor 70% naar het basisonderwijs), werkdruk, werkbaar werk, de al geregelde hervorming van de verlofstelsels en het loopbaanpact.

Vragensteller De Meyer was positief over het antwoord van de minister en voegde nog wat historische kennis toe (loonstudie van de HayGroup ten tijde van toenmalig onderwijsminister Marleen Vanderpoorten). Vragensteller Daniëls was ook positief over een aantal zaken, maar ik had de indruk dat zijn andere lijstje (van zijn teleurstellingen wegens niets opgenomen daarover in de cao) wel een stuk langer was. Hij meende ook onduidelijkheden te zien in het cijfer van 56 miljoen van de minister (Daniëls sprak van 58 miljoen). Volgens mij klopte de rekening van de minister wél: 70% van 56 miljoen (= 39 miljoen) ging naar het basisonderwijs voor lerarenplatform, beleidsondersteuning, aanvangsbegeleiding en professionalisering (nl. 15 + 24 miljoen). In die 24 miljoen had het schoolbestuur een stuk vrijheid van aanwending. De minister had dus ook niet beweerd dat dat hele bedrag naar beleidsondersteuning van directeurs zou gaan. Zijn kritische vragen, zo zei Daniëls nog, waren gericht aan àlle partners die dit akkoord mee hadden gesloten. Vragensteller Gennez vond een aantal zaken zeker positief (o.a. ook de loonsverhoging), maar maakte ook een rekensom bij het bereik van het lerarenplatform in het basisonderwijs. Ze verwees ook naar de eerdere sp.a-nota (maart 2016) over de lerarenloopbaan met het model van de zgn. vliegtuigloopbaan en naar de recente voorstellen van resoluties over het basisonderwijs. Zij zag te weinig ambitie en een aantal gemiste kansen (o.a. inzake zijinstromers) in de cao.

Toen wees de klok al 11.31 u aan en enkele commissarissen staken nog hun hand op om te interveniëren. Interveniënt Elisabeth Meuleman sprak over het lerarentekort en sloot zich (gebeurt niet zo vaak) i.v.m. de loonsverhoging aan  bij de beschouwingen van vragensteller Daniëls. Ze viel vooral de communicatie door de minister over deze cao aan. Een cao, oké, maar waar bleef dat veel belangrijkere loopbaanpact? En hoe zat het met de N-VA-ministers, toen de Vlaamse regering de ontwerptekst goedkeurde?

Dan was het de beurt aan interveniënt Ann Brusseel. Zij interesseerde zich voor de vaste benoeming. Maar die vaste benoeming, alsook bv. een vervroegd pensioen, zorgde nu niet voor de broodnodige verlaging van de werkdruk, een van de belangrijkste problemen volgens haar. Ze was erg tevreden over het lerarenplatform en de aanvangsbegeleiding door mentoren, maar… in cauda venenum. De netoverschrijdende samenwerking: het lerarenplatform viel daar volgens haar ook onder. Personeelsbeleid, waarvan interveniënt Brusseel terecht een grote voorstander is, dat heeft toch niets met een pedagogisch project te maken zeker: iedereen met het gepaste (vak)diploma kan (moet) toch te allen tijde in elk type van school ingezet (kunnen) worden. Wat is dat nu? Die dogma’s moet je toch een beetje kunnen laten varen, niet? Wel, hoe je tegelijk voorstander kunt blijven van vrijheid van onderwijs (tot nader order zijn ook liberalen dat toch, dacht ik) en tegelijk dit soort meningen kunt blijven verkondigen, begrijp ik niet. Waarom laten we niet meteen de “neutrale” overheid àl het personeel toewijzen aan een school? Beter nog, waarom laten we niet meteen de bestaande diversiteit aan scholen afschaffen en nog slechts  één zgn. ideaaltypisch, technocratisch, uiteraard evidence based/informed soort school organiseren? Ideaal toch, want een hoop problemen ineens opgelost…

Pluralistische fysica en katholieke wiskunde op zich bestaan inderdaad niet, maar er bestaat wel zoiets als aan fysica en wiskunde doen, ingebed in een concreet pedagogisch project en dito organisatiecultuur. Er bestaat wel zoiets als mensen die willen kiezen voor een bepaald type school en dus niet voor een ander type school. Er bestaat wel zoiets als een leraar die wil werken in een bepaald type school en dus niet in een ander type school. Schaf die keuzes en diversiteit af en meteen zal de rijkdom binnen het Vlaamse onderwijs weg zijn alsook de huidige goede kwaliteit ervan. Maar was het de criticasters nu net niet te doen om dat laatste? Begrijpe wie kan…

Interveniënt Kathleen Krekels sprak ook over de werkdruk, - tot zover kon ik haar volgen -, maar vervolgens ging het over de niet-koopkrachtmaatregelen die in de cao betaald werden “door maatregelen die men eigenlijk liever niet had gehad”. Toen moest ik afhaken…

Interveniënt Kathleen Helsen ten slotte vond dit wel een goede cao en lichtte haar mening uitgebreid toe. Ze vertelde over een uitspraak van VDAB-topman Fons Leroy als aandachtspunt voor het onderwijsbeleid in de huidige legislatuur: concurrentieel zijn op de arbeidsmarkt en een goede bedrijfscultuur met het accent op talentontwikkeling om nieuwe mensen aan te trekken in onderwijs.

Dan volgde opnieuw een lange tussenkomst van minister Crevits. Inzake de loonsverhoging bleef ze de vergelijking met de loonsverhoging bij De Lijn maken. Zou het feit dat die binnen de bevoegdheid van een N-VA-minister, Ben Weyts, valt, daar iets mee te maken gehad hebben? Zwaar ging de minister door op de actuele federale dimensies van de lerarenloopbaan: afschaffing van de diplomabonificatie, afschaffing van de voordelige zgn. tantièmes en haar verwijzing daarbij naar de afspraken daarover binnen de Vlaamse regering. Zo werden de zaken ten minste in het ruimere kader geplaatst, wat net zo relevant is voor die meermaals geciteerde doelstelling “lerarenloopbaan aantrekkelijker maken” (cf. ook de eerdere hervorming in de verlofstelsels en re-integratiemaatregelen na ziekte). Dat was duidelijk…alweer. De korte vervangingen in het secundair onderwijs, waarop vragensteller Daniëls gewezen had, werden nu wel degelijk mogelijk. De minister zette ook de puntjes nog eens op de i ten aanzien van de uitval van interveniënt Meuleman, die met bepaalde van haar vragen ook niet goed geluisterd had, vond ik: over de aard van de communicatie op de destijds bijeengeroepen persconferentie en over de beschikbare financiële middelen. Duidelijk…alweer. Evenzo ten aanzien van de suggestie van interveniënt Brusseel over de vaste benoeming. Er moest wel werk gemaakt worden van een goed en sterk evaluatiebeleid. En er zouden nog heel wat maatregelen nodig zijn, erkende de minister terecht, met als prioriteit der prioriteiten “het actieplan basisonderwijs”. Terecht!

In zijn slotwoord verwees vragensteller De Meyer niet toevallig naar de laatste Septemberverklaring van N-VA-minister-president Geert Bourgeois, incl. diens uitspraak toen over de koopkrachtverhoging voor alle personeelsleden in het onderwijs. En er moest voort werk worden gemaakt van de implementatie van de cao en de andere vermelde dossiers.

Vragensteller Daniëls bleef doorbomen op zijn punt over korte vervangingen in het secundair onderwijs, waarvan hij de uitleg van de minister blijkbaar niet geloofde. En ook van zijn standpunt over de loonsverhoging kreeg hij maar niet genoeg. Hij was wel blij met de maatregelen voor startende leraren.

Vragensteller Gennez kwam nogmaals terug op de timing van de cao om te zeggen dat men toch niet zo hard had doorgewerkt. En de cao was onvoldoende om het lerarenberoep aantrekkelijker te maken. Zoals ze zelf zei, wordt ongetwijfeld nog vervolgd.

Lees de bespreking van de “Vraag om uitleg over het voorakkoord nieuwe cao XI in onderwijs: aanvangsbegeleiding en werkzekerheid voor startende leraren, meer koopkracht voor alle onderwijspersoneel van Jos De Meyer, over de verschillende maatregelen en regelingen in het voorstel van cao voor het onderwijs van Koen Daniëls en over de nieuwe cao voor het onderwijs van Caroline Gennez” aan minister Hilde Crevits.

Reageren op dit commentaar kan bij wilfried.vanrompaey [at] katholiekonderwijs.vlaanderen (subject: Commissie%20Onderwijs%2015-03-2018%20%E2%80%93%20Nieuwe%20cao%20voor%20onderwijs) (Wilfried Van Rompaey).