Commissie Onderwijs 14-03-2019 – In- en doorstroom van vluchtelingen in hoger onderwijs

18 maart 2019

Deze vraag om uitleg van onderwijscommissaris Elisabeth Meuleman handelde over een Eurydice-rapport waarin de inspanningen van verschillende Europese landen wat betreft de oriëntering van vluchtelingen naar het hoger onderwijs worden vergeleken. Eerder waren daarover al reacties in de pers te lezen. Wat kon Vlaanderen doen met dat rapport?

Minister Crevits volgde alvast vragensteller Meuleman totaal niet in haar conclusie dat de studie geen fraai beeld zou tonen van de begeleiding die vluchtelingen in Vlaanderen krijgen bij het doorstromen naar hoger onderwijs of het erkennen van hun eerder behaalde diploma. Ze onderbouwde die stelling met een nauwkeurige analyse van de aard van de beknopte studie in kwestie. Er bleek dan finaal alleen op slechts een van de onderzochte elementen slechter gescoord te zijn door Vlaanderen en ook dat punt moest worden gerelativeerd, aangezien de desbetreffende bevoegdheid in Vlaanderen nu eenmaal toegewezen was aan de instellingen zelf. Een ander element (de centrale monitoring van nieuwkomers in het hoger onderwijs) was in voorbereiding. Het al of niet behoren tot een kansengroep zou ook worden opgenomen in de Databank Hoger Onderwijs (DHO 2.0). De minister besloot met nog een verwijzing naar de cursussen Nederlands in het kader van een inburgeringstraject en  de bevoegdheid van het beleidsdomein Inburgering ter zake.

Vragensteller Meuleman erkende wel deels het betoog van de minister, maar dan kwam gelijk haar ideologische neiging van etatisering weer naar voor. En ze had ook een toetsing op het veld gedaan bij het Agentschap Integratie en Inburgering, waar de versnippering van het beleid in dit verband bevestigd werd. Ze herinnerde meteen ook nog eens aan het ‘oudere’ idee van de provinciale zgn. leerwinkels als zinvol instrument ten behoeve van nieuwkomers met studievragen.

Vier interveniënten kwamen vervolgens aan het woord. Paul Cordy wees erop dat deze studie ging over asielzoekers en maakte het onderscheid met de grotere groep van nieuwkomers. Hij sloot zich ook aan bij de insteek van de minister inzake een aantal maatregelen. Tine Soens haalde uit een eerdere gedachtewisseling met Vluchtelingenwerk Vlaanderen de aanbeveling aan van een centraal punt per regio waar nieuwkomers met een educatief perspectief terecht zouden kunnen. Ze vroeg ook naar een overzicht van voorbereidingstrajecten in de diverse hogeronderwijsinstellingen. Jos De Meyer verwees naar zijn eerdere schriftelijke vraag over de erkenning van buitenlandse diploma’s waaruit diverse factoren gebleken waren die zo’n erkenning bemoeilijken. Koen Daniëls ten slotte wees vooral op de ontwerpdecreten (GKK en EVC) die diezelfde ochtend aangenomen waren en die ook relevant konden zijn voor nieuwkomers.

Minister Crevits benadrukte nogmaals het vele goede dat het Vlaamse onderwijs gedaan had tijdens de vluchtelingencrisis en herhaalde heel wat van de ingebrachte elementen. Vragensteller Meuleman concludeerde: ze leek me een ietsje gas terug te nemen wat de bevoegdheden van de instellingen versus de overheid betrof en wees erop dat het Europese rapport toch gemaakt was met eigen input van de deelstaten.

Lees de bespreking van de “Vraag om uitleg over de in- en doorstroom van vluchtelingen in het hoger onderwijs van Elisabeth Meuleman” aan minister Hilde Crevits.

Reageren op dit commentaar kan bij wilfried.vanrompaey [at] katholiekonderwijs.vlaanderen (subject: Commissie%20Onderwijs%2014-03-2019%20%E2%80%93%20In-%20en%20doorstroom%20van%20vluchtelingen%20in%20hoger%20onderwijs) (Wilfried Van Rompaey)

.