Commissie Onderwijs 11-06-2020 – Voorrangsregel voor leerlingen uit Vlaams Gewest in Vlaamse Rand

16 juni 2020

Het was in deze commissievergadering al voordien uitgebreid gegaan over het capaciteitsprobleem in het Brusselse Nederlandstalig onderwijs, waarbij ook al over de overrangsregeling aldaar gesproken was en deels ook over de Vlaamse Rand. Maar met het Regeerakkoord in de hand ging vragensteller Stijn Bex daar nu nog op door. Het capaciteitsvraagstuk en de inschrijvingsproblematiek in Brussel en de Vlaamse Rand waren inderdaad nauw met elkaar verweven. Voor de bedoelde, geplande voorrangsregel vond Bex het wel belangrijk om eerst naar de cijfers te kijken. Hij verwees daarvoor naar het antwoord van de minister op zijn schriftelijke vraag daarover en overliep de aantallen leerlingen uit het Waals Gewest in de Vlaamse Rand (in de betrokken gemeenten en per school) in detail. Zijn omstandige maar interessante verhaal kwam eigenlijk op een beleidsafweging neer: was zo’n geplande voorrangsregel wel zinvol en werkbaar, of was een gerichte capaciteitsuitbreiding niet veel makkelijker om het geschetste probleem op te lossen? Hoe zag minister Weyts een en ander?

Hij meldde dat het specifieke punt van de voorrangsregel slechts één element was in het grotere geheel van het nieuwe Inschrijvingsdecreet (nwvr: het wel en wee daarvan, van de eindfase van de vorige legislatuur tot en met het uitstel in de beginfase van deze legislatuur, ga ik hier niet meer herhalen) en dat werk was volop bezig in de onderwijsadministratie. De minister vond twee sporen voor de Vlaamse Rand wel nodig: capaciteitsuitbreiding (hij gaf, zoals eerder in de vergadering voor Brussel, ook hier de cijfers) én een voorrangsregel, want er was wel degelijk een Waalse pendel naar scholen in de Vlaamse Rand. Hij bevestigde die ook door cijfers en door een preciezere lokalisatie van de bedoelde leerlingenstromen.  Daarnaast klopte hij nog met nadruk op de communautaire spijker ter zake, en met de gemeente Halle erbij werd het plaatje nóg wat duidelijker. Kortom, minister Weyts ging ook wat dit thema betrof het Vlaamse Regeerakkoord uitvoeren.

Vragensteller Bex bleef erbij dat de minister met een kanon wilde schieten op een mug. En ook de communautaire spijker van de minister vond hij maar niets. Daarop herinnerde interveniënt Hannelore Goeman aan het eerdere gesprek over de capaciteitsproblematiek in Brussel en de (toekomstige) 65%-voorrangsregel aldaar. De oorlogsmetaforie ging van een kanon naar een bazooka, maar zij deelde de mening van Bex over de ordegrootte van het probleem. Daarnaast sprak ze over de niet benoemde olifant in de kamer, die volgens haar te maken had met de leerlingenstromen van Brussel naar de Vlaamse Rand en met een typisch kenmerk van onze staatsstructuur met een onderscheid tussen “Gewest” en “Gemeenschap”.

Interveniënten Arnout Coel, Jan Laeremans en Koen Daniëls stonden helemaal aan de kant van de minister. Van Goemans olifant in de kamer was helemaal geen sprake, integendeel (cf. de eerdere vraag over het Nederlandstalig onderwijs in Brussel), en Daniëls ging daarbij de spottende toer op door het onderwijsthema in dit verband nog wat ideologischer open te trekken naar de invoering van Nederlands als plichtvak in het Waals Gewest en in het Brusselse Franstalig onderwijs en naar het tegenhouden van de ‘Socles de compétences’ en de brede eerste graad in het Franstalig onderwijs…

Minister Weyts deed op die spot nog een overduidelijke, substantiële schep bovenop. Vragensteller Bex betreurde een en ander, wees nog op het verschil tussen relatieve en absolute cijfers en zou zich via schriftelijke vragen toch voort met dit thema bezighouden.

Lees de bespreking van de “Vraag om uitleg over een voorrangsregel voor leerlingen uit het Vlaamse Gewest in de Vlaamse Rand van Stijn Bex” aan minister Ben Weyts.

Reageren kan bij wilfried.vanrompaey [at] katholiekonderwijs.vlaanderen (subject: Commissie%20Onderwijs%2011-06-2020%20%E2%80%93%20Voorrangsregel%20voor%20leerlingen%20uit%20Vlaams%20Gewest%20in%20Vlaamse%20Rand) (Wilfried Van Rompaey).