Commissie Onderwijs 09-01-2020 – Letterlijke opname van eindtermen in leerplannen

15 januari 2020

Koen Daniëls herinnerde iedereen aan het Decreet einddoelen van vorige legislatuur. Intussen waren er eindtermen voor de 1ste graad van het secundair onderwijs en die moesten de schoolbesturen (al of niet via hun verenigingen) dan gebruiken om daarmee, indien gewenst, eigen leerplannen te maken in het kader van hun eigen pedagogisch project. Vragensteller Daniëls’ punt daarbij was dat wij, Katholiek Onderwijs Vlaanderen, een loopje genomen hadden met het decretale voorschrift van de letterlijke opname van die eindtermen in onze leerplannen. Het instrument van de zgn. concordantietabel spoorde volgens hem niet met dat decretale voorschrift en kwam, zoals wel de bedoeling was van de decreetgever, niet tegemoet aan de eis van transparantie inzake eindtermen en leerplannen voor leraren. Die laatsten hadden blijkbaar ook te weinig vrijheid, want alles was al dichtgeplamuurd in zo’n leerplan. De in de steigers staande hoorzitting over het leraarschap/de lerarenloopbaan zou die onvrijheid nog aan bod brengen, aldus nog vragensteller Daniëls. Het GO! deed een en ander wél volgens het decretale boekje. Nochtans had de onderwijsinspectie, conform de regelgeving, de leerplannen in kwestie goedgekeurd. Dus hoe zou minister Weyts omgaan met die situatie?

Minister Weyts kon niet anders dan die goedkeuring door “zijn” onderwijsinspectie bevestigen. Heel terecht stelde hij vervolgens: “De leerplannen van Katholiek Onderwijs Vlaanderen bevatten meer dan de letterlijke opname van de eindtermen; ze bevatten ook de verdere operationalisering, concretisering en opsplitsing in leerplandoelen, zeg maar de vertaalslag die wordt doorgevoerd.” Waarom heel terecht? Omdat die werkwijze nu eenmaal, inderdaad in het kader van de grondwettelijke vrijheid van schoolbesturen (!), het wezen zelf uitmaakt van leerplannen maken, tiens. Ten slotte wilde de minister tegemoetkomen aan de eis van zijn partijgenoot Daniëls door overleg met alle onderwijsverstrekkers aan te kondigen, zodat die zaak over de onderwijsnetten heen op eenzelfde manier geregeld zou worden.

Daniëls’ repliek was pure herhaling wellicht ook om redenen van transparantie. Interveniënt Loes Vandromme daarentegen pleitte voor enig gezond verstand en illustreerde dat mooi met enkele voorbeelden. Ze vond ook wel een netoverschrijdende aanpak relevant en verwees naar digitale mogelijkheden als mogelijke oplossing. Interveniënt Steve Vandenberghe gaf voor de verandering vragensteller Daniëls gelijk. Ik had echter de indruk dat Vandenberghe het eerder algemeen had over het papierwerk i.v.m. het gebruiken van nieuwe eindtermen door leraren, waardoor die minder tijd hebben voor het lesgeven zelf, maar misschien zie ik het verkeerd.

Minister en vragensteller besloten het gesprek met nogmaals het accent op transparantie, waar inderdaad niemand tegen kan zijn, en wel inzake het onderscheid tussen wat “moet” (van de overheid) en wat “mag” (in het kader van de onderwijsvrijheid). Door omstandigheden had ik het laatste stukje van het gesprek niet live kunnen bijwonen, maar toen ik later de video bekeek, bekroop mij dit gevoel. Onderwijsvrijheid vind ook ik een groot goed in onze democratie. Maar als die vrijheid om goede redenen er in de praktijk tegelijk toe leidt dat schoolbesturen de handen in elkaar slaan om bijvoorbeeld zoiets (maar niet alleen dat) als leerplannen samen te maken. Leerplannen trouwens, waarmee professionele leraren perfect op hun manier om kunnen gaan op de werkvloer. Wel, dan is ook die aanpak een cruciaal onderdeel van de bedoelde vrijheid. Overigens (N.B. die vaststelling is ook niet nieuw, want hoorde ik vorige legislatuur ook) hoe kwam en komt het dat leerplannen (voor ‘vakken’ waarvoor eindtermen bestonden) soms zo dik zijn? Omdat de eindtermen in kwestie al “dik” waren. En gewoon persoonlijk: toen ik vorige legislatuur die (eerste) lichting nieuwe eindtermen zag (in het kader van de nieuwe decreetgevende procedure) voor de 1ste graad so, dacht ik meteen “Is dàt een minimumprogramma voor twee jaar onderwijs?”. Wie plamuurt hier wat dicht eigenlijk? Ik heb stellig de indruk (maar ben uiteraard heel erg oldskool) dat een aantal politici van nu de grondwettelijke vrijheid van onderwijs wel met de lippen belijden (ja, ook die van leraren), maar in de feiten, op grond van de alleenzaligmakende primauteit van de politiek, een staatspedagogie voorstaan, waarin via “het wat” eigenlijk in één beweging ook “het hoe” voor een groot stuk bepaald wordt…en uiteraard moet dan voortdurend een of ander thema zgn. netoverschrijdend aangepakt worden.

Lees de bespreking van de “Vraag om uitleg over het opnemen van eindtermen in de leerplannen van Koen Daniëls” aan minister Ben Weyts.

Reageren op dit commentaar kan bij wilfried.vanrompaey [at] katholiekonderwijs.vlaanderen (subject: Commissie%20Onderwijs%2009-01-2020%20%E2%80%93%20Letterlijke%20opname%20van%20eindtermen%20in%20leerplannen) (Wilfried Van Rompaey).