Commissie Onderwijs 09-01-2020 – Genderonevenwicht bij leraren

14 januari 2020

Roosmarijn Beckers had de schriftelijke vraag over dit thema van Steve Vandenberghe en het antwoord (N.B. het ging om schriftelijke vraag nr.3 (2019-2020), maar het antwoord stond in het antwoord op vraag nr. 1 (2019-2020) en op vraag nr. 2 (2019-2020), die allemaal op hetzelfde moment ingediend waren door Steve Vandenberghe) van minister Weyts gelezen en vroeg via een vraag om uitleg naar verdere duiding bij (en maatregelen op grond van) de cijfers in kwestie. Te weinig mannelijke leraren, daar draaide het om.

Minister Weyts legde uit dat dat mannentekort in het onderwijs een internationaal fenomeen was. De bevoegdheidsruimte voor de minister was bovendien eerder beperkt. Hij zou geen specifiek genderbeleid voeren, maar door de status van het beroep te verhogen, hoopte hij in de toekomst meer mannen warm te kunnen maken voor het lerarenberoep.

Vragensteller Beckers vond die laatste insteek van de minister wel positief en meende dat ook meer mannen leraar zouden willen worden, als de rol van kennisoverdrager weer meer benadrukt zou worden.

Interveniënt Steve Vandenberghe vond dan weer dat de minister wél meer ruimte had om in te grijpen (en dat dat ook zijn rol was) en betoogde dat een genderevenwicht in het lerarenkorps van een school belangrijk was voor de leerlingen. 

Interveniënt Jo Brouns suggereerde dat voor de toekomstige onderwijsambassadeur daarin toch een heel belangrijke taak weggelegd was.

Interveniënt Stijn Bex verruimde het genderthema in dezen tot een algemener pleidooi voor een afspiegeling van de samenleving in de klassen en bij de leraren. Hij zei er wel niet bij aan welk soort kenmerken van mensen in de samenleving hij dan zoal dacht.

Voorzitter Karolien Grosemans had googlegewijs geleerd dat het geslacht van een leerkracht geen of nauwelijks invloed op het gedrag van leerlingen of op hun prestaties had. Ze had ook moeite met die exclusieve link die in het gesprek gelegd werd tussen “hogere status” van het lerarenberoep en mannen. Twee heel wijze uitspraken van de voorzitter vond ik dat. Met haar verwijzing naar een opiniestuk in de Volkskrant sloot ze zich dan weer aan bij wat vragensteller Beckers gezegd had over mannen en de rol van kennisoverdrager. Dat vond ik dan weer iets minder wijs. Ze relativeerde trouwens zelf enigszins wat ze gelezen had. En nog waren de interventies niet gedaan.

Interveniënt Jean-Jacques De Gucht deed ook nog een uitvoerige duit in het zakje. Voor hem ging het hier niet om een genderaangelegenheid. Wel om een kwestie van zijinstroom en hij schetste daarbij het verschil inzake loopbanen tussen de generatie van zijn ouders en zijn generatie. Hij verbond dat met het idee dat men iemand die na vijf jaar het onderwijs verlaat (zeg maar, de statistische vaststelling die men klassiek als problematisch beschouwt en dus per se wil oplossen) niet in termen van een verlies moest bekijken. Ook de lerarenopleiding was voor De Gucht geen man-vrouwkwestie, maar daar sloot hij eigenlijk aan bij de afspiegelingsstelling van Stijn Bex vóór hem. Hij voegde eraan toe dat die afspiegeling voor hem een zaak van meer openheid en begrip voor elkaar en minder hokjesdenken kon zijn, waarmee het onderwijs een belangrijke dienst kon bewijzen aan de samenleving.

Minister Weyts herhaalde zijn accent op de kerntaken van de leraar en wilde meer mensen, mannen én vrouwen, doen instromen in de lerarenopleiding. Vragensteller Beckers had het laatste woord: inspirerende mannelijke leraren konden jongens ertoe aanzetten om ook leraar te willen worden en ze verbond ten slotte haar gendervraag met de eerdere vraag over arbeidsongevallen na agressie van leerlingen van haar collega Slagmulder… what’s in a name?

Lees de bespreking van de “Vraag om uitleg over het genderonevenwicht onder leerkrachten van Roosmarijn Beckers” aan minister Ben Weyts.

Reageren op dit commentaar kan bij wilfried.vanrompaey [at] katholiekonderwijs.vlaanderen (subject: Commissie%20Onderwijs%2009-01-2020%20%E2%80%93%20Genderonevenwicht%20bij%20leraren) (Wilfried Van Rompaey).