Commissie Onderwijs 09-01-2020 – Afwijzing van eindtermen van steinerscholen

15 januari 2020

Ten slotte nog een àndere vraag om uitleg over eindtermen. Het ging ook over een beslissing van de Vlaamse regering van 20 december 2019. Op de website met de regeringsbeslissingen was te lezen: “De procedure voor aanvraag tot gelijkwaardigheid van eindtermen, uitbreidingsdoelen Nederlands, ontwikkelingsdoelen en specifieke eindtermen is vastgelegd in de Codex Secundair Onderwijs. Op 30 augustus 2019 heeft de Federatie Steinerscholen een aanvraagdossier ingediend tot gelijkwaardigheid van vervangende eindtermen en uitbreidingsdoelen Nederlands voor de eerste graad van het secundair onderwijs. Na advies van de onderwijsinspectie en advies van een commissie van deskundigen beslist de Vlaamse Regering de desbetreffende onderwijsdoelen niet goed te keuren.” Einde citaat. Vragensteller Kim De Witte kende de hele voorgeschiedenis van eindtermen en steineronderwijs erg goed en verwees o.a. nog naar Johan Lievens, een voortreffelijk onderwijsjurist, die eerder toch ook weleens gewaarschuwd had. Zelf had ik via via dit Twitterbericht gelezen van professor Kurt Willems van de KU Leuven: “Toch enkele problematische aspecten van het advies: ontbrekende elementen zijn logisch wanneer Steiner die in latere graden inplant. En Steiner afstraffen omdat ze formulering van taxonomie van Bloom niet gebruiken voor (1/3) evalueerbaarheid is bizar, wanneer Steiner net afwijking vraagt omdat ze taxonomie van Bloom onverzoenbaar vinden met hun project. Ten slotte is expliciteren van kennis een decretale verplichting voor de Vlaamse onderwijsdoelen, maar niet voor (2/3) de vervangende onderwijsdoelen die Steiner vooropstelt. (3/3)” Heel boeiend, vond ik.

Welke visie zat er achter de plotse beleidswijziging en ging minister Weyts aan de steinerscholen de nodige ruimte geven om die eindtermen te herwerken, met respect voor hun pedagogisch project, zo vroeg Kim De Witte.

Minister Weyts zei in dezen de adviezen in kwestie (van de commissie van deskundigen en van de onderwijsinspectie) gevolgd te hebben en legde meteen de decretale procedure nog eens uit plus ook de redenering die in de adviezen gevolgd was en die tot de afwijzing geleid had (cf. ook hierboven: het Twitterbericht van professor Kurt Willems). De minister had intussen al overlegd met de Federatie Steinerscholen en er kwam nog een vervolggesprek.

Vragensteller De Witte was wel blij met het antwoord want er was overleg, maar hij hoopte wel dat dat een uitkomst zou opleveren die het mogelijk maakte om het pedagogisch project van de steinerscholen te behouden. Interveniënt Kathleen Krekels was het daar helemaal mee eens. Interveniënt Elisabeth Meuleman sprak in dezelfde zin en verwijzend naar het Grondwettelijk Hof zei ze dat er plaats moest zijn voor de eigenheid van het pedagogisch project van scholen en dat de eindtermen de pedagogische vrijheid niet mochten beperken. Een concrete oplossing in dezen mocht ook niet te lang uitblijven. Interveniënt Roosmarijn Beckers ten slotte liet nog even een andere stem horen: “Eigenlijk zijn die steinerscholen een vorm van eliteonderwijs.”

Op dat laatste ging de minister niet in. Vragensteller De Witte deed dat wél: hij erkende een en ander (tenminste, dat meende ik uit zijn woorden te begrijpen), maar was vooral tegen een verdere elitarisering van onderwijs, waarbij hij concreet wees op de besparingen waardoor de schoolfactuur stijgt en op de afschaffing van de dubbele contingentering. Daarmee belandde hij op een heel ander debat, inderdaad.

Lees de bespreking van de “Vraag om uitleg over het afwijzen van de eindtermen van de steinerscholen van Kim De Witte” aan minister Ben Weyts.

Reageren op dit commentaar kan bij wilfried.vanrompaey [at] katholiekonderwijs.vlaanderen (subject: Commissie%20Onderwijs%2009-01-2020%20%E2%80%93%20Afwijzing%20van%20eindtermen%20van%20steinerscholen) (Wilfried Van Rompaey)

.