Commissie Onderwijs 07-06-2018 – Artificiële intelligentie en onderwijs

13 juni 2018

Onderwijscommissaris Elisabeth Meuleman vertrok van het standpunt over artificiële intelligentie van de Koninklijke Vlaamse Academie van België voor Wetenschappen en Kunst (april 2018). Maar ze had voor haar uitgebreide reeks vragen (gelinkt aan opleiding en vorming van lager tot hoger onderwijs; initieel en postinitieel) nog een aantal andere bronnen: een eerdere hoorzitting in de gezamenlijke Commissie Werk/Onderwijs van dit Parlement en een beslissing van de Europese Commissie om 1,5 miljard euro vrij te maken voor onderzoek en innovatie.

Minister Crevits begon haar overzicht met een verwijzing naar technologie-ondernemer, docent en auteur Peter Hinssen. Ze ging achtereenvolgens in op de nieuwe ICT-eindtermen in de context van het Europese referentiekader DigComp (Digital Competence Framework), op de bestaande AI-aandacht in het hoger onderwijs, op STEM (met STEAM en geïntegreerde STEM), op bestaande mogelijkheden zoals Klascement en binnen IMEC en op de transitieprioriteit levenslang leren in samenwerking met minister Muyters. Vragensteller Meuleman was blij met het antwoord.

Dan was het de beurt aan vier interveniënten. Ann Brusseel zei dat we het inzake digitalisering beter moesten beginnen te doen.  Ze keek uit naar het tweede STEM-actieplan en wees op de problematische financiering van een aantal studierichtingen in de hogescholen. Kathleen Krekels herhaalde de oproep van haar partij dat vakleerkrachten in het basisonderwijs een bijzondere taak zouden kunnen hebben om nog meer dan nu in te zetten op wetenschap, techniek en technologie. Het Europese budget voor onderzoek en innovatie deed Jos De Meyer eraan denken dat dat een opportuniteit kon zijn voor Vlaamse bedrijven, onderzoeksinstellingen en de Vlaamse regering. Naast de vermelde eindtermen verwees hij ook naar de beroepskwalificaties van de tweede en derde graad secundair onderwijs, waarvoor het voorliggende thema ook relevant was. Kathleen Helsen ten slotte wees erop dat de verschillende ontwikkelcommissies eindtermen met dit hele verhaal het best rekening zouden houden en zag artificiële intelligentie zelfs al als een eventueel element in de (verplichte, niet-bindende) toelatingsproef voor de lerarenopleidingen van de hogescholen.

In haar repliek was het meest opvallende element van de minister haar uitspraak over financiering in het hoger onderwijs: ze wilde die herbekijken, maar dat zou niet betekenen om er zomaar 50 of 100 miljoen euro bij te doen en haar eerste prioriteit nu was het basisonderwijs.

Finaal was vragensteller Meuleman alleen nog maar méér tevreden door de positieve inbreng van haar collega’s.

Lees de bespreking van de “Vraag om uitleg over artificiële intelligentie en onderwijs van Elisabeth Meuleman” aan minister Hilde Crevits.

Reageren op dit commentaar kan bij wilfried.vanrompaey [at] katholiekonderwijs.vlaanderen (subject: Commissie%20Onderwijs%2007-06-2018%20%E2%80%93%20Artifici%C3%ABle%20intelligentie%20en%20onderwijs) (Wilfried Van Rompaey).