Commissie Onderwijs 07-06-2018 – Gewettigde afwezigheden op religieuze feestdagen

13 juni 2018

Onderwijscommissaris Koen Daniëls citeerde uit de omzendbrief SO/2005/04, die de afwezigheden in het secundair onderwijs regelt, om aandacht te vragen voor enkele concrete praktijkgevallen. Het ging daarbij over “het beleven van de feestdagen die inherent zijn aan de door de Grondwet erkende levensbeschouwelijke overtuiging van de leerling”. Er bleken, op het eerste gezicht althans, wat eigenaardige zaken mogelijk te zijn én zich voor te doen in de praktijk. Wat vond minister Crevits en zou zij overwegen de regelgeving aan te passen?

Zij lichtte met diverse voorbeelden (uit vrij en officieel onderwijs) toe dat wat op het eerste gezicht misbruik scheen te zijn toch niet onbillijk was en volledig in overeenstemming met de huidige regelgeving. Zij ging die dan ook niet wijzigen, maar was wel bereid om een bevraging te doen over het probleem en te bekijken of dat op veel plaatsen als een probleem erkend werd.

Vragensteller Daniëls toonde begrip voor een deel van het antwoord van de minister, maar wees op het belang van de onderwijstijd voor leerlingen en wilde aan “dat zottekesspel” (zijn woorden) een einde stellen. Hij vergat daarbij even, leek mij, wat de minister gezegd had over “gewettigde afwezigheid impliceert niet dat de betrokken leerling de leerstof in kwestie niet zou moeten leren c.q. niet zou hoeven deel te nemen aan het evaluatiemoment in kwestie”. Even maar, want bij de tussenkomst van Ann Brusseel wees hij haar zelf op dat punt. Die laatste intervenieerde nadien overigens nog uitgebreid op een voor haar niet ongebruikelijke wijze, vooral inzake feestdagen (en dus afwezigheden) tijdens examens en daarbij de eventuele problemen voor leraren. En passant maakte ze tot slot ook nog even reclame voor LEF (in het officieel onderwijs). Interveniënt Jos De Meyer wees er vervolgens op dat de Grondwet en godsdienstvrijheid geen onbelangrijke zaken waren, die men niet wijzigt in een paar minuten, en hij wilde meer informatie om de impact van de casussen van vragensteller Daniëls beter te kunnen beoordelen. Niet onwijs, dacht ik.

De teneur van diens slotwoord, waarin hij nog wat bijkomende, relevante associaties maakte, was dat volgens mij wel evenzeer. Dus toch ook niet zo makkelijk, dit thema.

Lees de bespreking van de “Vraag om uitleg over gewettigde afwezigheden op religieuze feestdagen in het secundair onderwijs van Koen Daniëls” aan minister Hilde Crevits.

Reageren op dit commentaar kan bij wilfried.vanrompaey [at] katholiekonderwijs.vlaanderen (subject: Commissie%20Onderwijs%2007-06-2018%20%E2%80%93%20Gewettigde%20afwezigheden%20op%20religieuze%20feestdagen) (Wilfried Van Rompaey).