Commissie Onderwijs 05-07-2018 – Vlor-advies over studentenparticipatie hoger onderwijs

20 augustus 2018

Onderwijscommissaris Paul Cordy vroeg het wat generieker en onderwijscommissaris Tine Soens wat specifieker, maar het kwam tweemaal ongeveer op hetzelfde neer. Na een overleg van minister Crevits met studentenvertegenwoordigers was er op vraag van de minister een nieuw Vlor-advies over studentenparticipatie tot stand gekomen (ook als vervolg op een eerder Vlor-advies). Het ging daarbij deels om een vraag naar decretale aanpassingen en deels ook andere vragen binnen de bestaande regelgeving, die de instellingen zelf met de studenten kunnen regelen. Wat waren de plannen van minister Crevits met de Vlor-aanbevelingen/vragen?

Het Vlor-advies was nog erg vers: haar administratie was het nog volop aan het bestuderen met het oog op Onderwijsdecreet XXIX. Des te interessanter was de ministers duiding van dit advies: het was bedoeld om duidelijkheid te krijgen over de maatregelen die studenten zelf heel concreet wilden om de participatie nog te versterken. Uit de gesprekken van de minister met studenten was overigens gebleken dat allerlei bijkomende ideeën niet altijd door alle studenten en studentenraden gedragen werden. De één wilde grote autonomie en de andere grote centrale sturing. Waar heb ik dat nóg gehoord? In de latere repliek van de minister kwam dat trouwens nog systematisch terug: vrijheid van de instellingen versus decreet. Een oud maar belangrijk verhaal, zeg maar.

Vragensteller Cordy was algemeen wel positief over het thema, maar toch ook enigszins terughoudend over bepaalde aanbevelingen. Vragensteller Soens herinnerde o.a. aan twee zaken uit een eerdere hoorzitting over dit thema: werken met participatiecoaches in de instellingen en het probleem van diversiteit in de studentenraden.

Toen volgde een substantiële én kritische tussenkomst van interveniënt Ann Brusseel, overigens haar (voorlopig) laatste in deze commissie, aangezien zij algemeen directeur van de Brusselse Erasmushogeschool gaat worden. Ze verwees naar haar schriftelijke vraag ter zake (in het schriftelijke verslag van de vergadering stond nog nr.353, maar dat moest 335 zijn). Ze wist van een groot verschil tussen de klachten van de studenten van de universiteiten en die van de hogescholen. Ze was kritisch voor het Vlor-advies, bv. inzake het aantal organen waarin studenten willen zetelen, wat ze gelijk ook doortrok naar de vergaderlast van het personeel. De zaak van de gevraagde ombudsdienst bleek volgens de interveniënt ook een ietsje ‘genuanceerder’ en als uitsmijter gaf ze nog een ferme steek naar de ‘loonmassa voor overhead die niet betrokken is bij onderwijs of onderzoek’…

De minister overliep (cf. supra) wat voor haar wél en niet een zaak van een decretale regeling was. Ze antwoordde aan interveniënt Brusseel dat de Vlaamse Vereniging van Studenten wel al ondezoekswerk gedaan had rond het aantal vergaderingen en ze deelde Brusseels analyse over vergaderitis.

In hun slotwoorden gingen ook de vragenstellers nog even door op de kwestie-“decreet-versus-vrijheid”, zoals gezegd, een oud maar belangrijk verhaal in de politiek.

Lees de bespreking van de Vraag om uitleg over het advies van de Vlaamse Onderwijsraad (Vlor) over studentenparticipatie in het hoger onderwijs van Paul Cordy en over het advies van de Vlor (Vlaamse Onderwijsraad) over het versterken van studentenparticipatie door de Vlaamse instellingen voor hoger onderwijs van Tine Soens aan minister Hilde Crevits.

Reageren op dit commentaar kan bij wilfried.vanrompaey [at] katholiekonderwijs.vlaanderen (subject: Commissie%20Onderwijs%2005-07-2018%20%E2%80%93%20Vlor-advies%20over%20studentenparticipatie%20hoger%20onderwijs) (Wilfried Van Rompaey).