Aangifte patrimoniumtaks

16 maart 2017

Schoolbesturen met een onderworpen vermogen groter dan 25 000 euro moeten een aangifte patrimoniumtaks indienen tegen 31 maart. Tegen diezelfde datum moet ook de taks worden betaald. Indien je geen uitnodiging hebt gekregen van het lokaal Registratiekantoor, dan moet je zelf initiatief nemen om de aangifte in te dienen en de betaling uit te voeren.

De patrimoniumtaks wordt ook wel “de jaarlijkse taks op de vzw’s” of “de vergoeding van de successierechten” genoemd. Aangifteformulieren zijn te verkrijgen bij het lokale registratiekantoor.

Om het aan te geven vermogen te bepalen voor de aangifte die je moet doen tegen 31 maart 2017, vertrek je het best van het actief van de (voorlopige) balans per 31 december van 2016.

De onroerende goederen die bestemd zijn voor onderwijs mag je weglaten: die zijn vrijgesteld van de patrimoniumtaks. Dat geldt ook voor de erfpachten en opstalrechten die betrekking hebben op onroerende goederen bestemd voor onderwijs.

Andere onroerende goederen moeten wel worden aangegeven. Indien er voor die andere onroerende goederen hypothecaire kredieten zijn afgesloten, dan mag het nog niet afgeloste bedrag op die kredieten in mindering worden gebracht van de waarde van de onroerende goederen.

Ook liquide middelen en korte termijnbeleggingen (zoals bijvoorbeeld bedragen op spaarrekeningen en/of termijnrekeningen met een looptijd van 3 maand of minder) en die je nodig hebt voor de betaling van de werkingskosten mag je weglaten: ook die zijn vrijgesteld van de patrimoniumtaks.

De overblijvende activa moeten worden aangegeven. Het aan te geven bedrag is echter niet de netto boekwaarde maar de verkoopwaarde. De verkoopwaarde is de verkoopprijs die je verwacht te ontvangen indien je de goederen (tweedehands) zou verkopen. De netto boekwaarde is de waarde van de goederen zoals vermeld in de balans: aanschaffingswaarde inclusief kosten min gerealiseerde afschrijvingen. Voor beleggingen zullen de netto boekwaarde en de verkoopwaarde gelijk zijn. Het is echter mogelijk dat de verkoopwaarde voor andere balansposten (bijvoorbeeld meubilair, machines en installaties ...) verschilt van de netto boekwaarde.

Er kunnen geen kosten in rekening worden gebracht.

Het tarief van de patrimoniumtaks bedraagt 0,17% op het aangegeven vermogen. Bij laattijdige aangifte of wanneer een te lage waarde wordt aangegeven, kunnen een boete en nalatigheidsintresten worden aangerekend. Het registratiekantoor kan daarbij tot 10 jaar teruggaan in de tijd.

Je vindt het adres van je lokaal registratiekantoor via de website van het Kadaster.

Wanneer het aan te geven vermogen van een schoolbestuur niet hoger is dan 73 529,41 euro dan mag in een keer een aangifte worden gedaan voor 3 jaar. De patrimoniumtaks is dan kleiner of gelijk aan 125 euro per jaar. Wie van die mogelijkheid gebruik maakt, moet het lokaal Registratiekantoor inlichten indien het aan te geven vermogen in de loop van die drie jaar zou toenemen tot meer 88 235,29 euro. De patrimoniumtaks stijgt dan tot 150 euro of meer.

Meer informatie is te vinden op de website van de FOD Financiën