• Het secundair onderwijs kent het ambt van adjunct-directeur (selectieambt in de categorie van het bestuurs- en onderwijzend personeel). In het volwassenenonderwijs wordt nog een verder onderscheid gemaakt tussen het ambt van adjunct-directeur secundair volwassenenonderwijs en dat van adjunct-directeur hoger beroepsonderwijs en specifieke lerarenopleiding. In het basisonderwijs is adjunct-directeur geen organiek ambt, maar kan deze functie onder bepaalde voorwaarden worden toegekend aan een directeur die ter beschikking is gesteld na een vrijwillige fusie van basisscholen. Meer informatie hierover vind je onder de thema’s AmbtenOmkaderingTijdelijke aanstelling en Vaste benoeming.  

  • Mits akkoord tussen het personeelslid en het schoolbestuur kan een vastbenoemd personeelslid worden geaffecteerd aan een andere instelling van hetzelfde bestuur, maar wel in hetzelfde ambt: in dit geval spreekt men van een nieuwe affectatie. Als zijn benoeming wordt overgenomen door een ander bestuur, spreekt men van een mutatie.

    Meer informatie hierover vind je onder het thema Mutatie en nieuwe affectatie

  • Een afwezigheid voor verminderde prestaties is een van de soorten dienstonderbreking die kunnen worden genomen door gesubsidieerde personeelsleden.
    Meer informatie hierover vind je onder het thema Verloven en andere dienstonderbrekingen.

  • Het schoolbestuur kan een directeur belasten met het mandaat van algemeen directeur, die verantwoordelijk is voor het geheel van de onderwijsinstellingen van dat bestuur. Verdere informatie hierover vind je onder het thema Ambten > in het gewoon secundair onderwijs.

  • In het Paritair Comité 152 en het Paritair Subcomité 152.01 voor de gesubsidieerde inrichtingen van het vrij onderwijs in de Vlaamse Gemeenschap worden collectieve arbeidsovereenkomsten (cao) gesloten met betrekking tot de verloning en arbeidsvoorwaarden van het arbeiderspersoneel.

    Verdere informatie hierover vind je onder het thema Contractuele personeelsleden.

  • Met elk personeelslid sluit het bestuur een arbeidsovereenkomst (contract) af: zowel met de gesubsidieerde als met de contractuele personeelsleden.
    Voor de gesubsidieerden vindt u onze modellen van arbeidsovereenkomst onder de thema’s Tijdelijke aanstelling en Vaste benoeming. Voor de contractuelen vindt u ze onder het thema Contractuele personeelsleden.

  • De arbeidsverhouding tussen het personeelslid en de werkgever evenals de rechten en plichten van beide partijen zijn vastgelegd in het Algemeen reglement en in het Arbeidsreglement; deze vormen een aanvulling bij de arbeidsovereenkomst (het contract) en de wettelijke bepalingen.

    Voor alle vrije gesubsidieerde katholieke scholen van het gewoon en buitengewoon basis- en secundair onderwijs geldt een gemeenschappelijk Algemeen reglement; daarnaast is er een Algemeen reglement voor alle internaten van het katholiek onderwijs, en een derde voor alle katholieke centra voor Volwassenenonderwijs. Het arbeidsreglement daarentegen kan verschillen van instelling tot instelling, afhankelijk van de invulling die eraan gegeven wordt in het eigen LOC of in de eigen ondernemingsraad. 

    Meer informatie hierover vind je onder het thema Algemeen reglement en arbeidsreglement

  • In het Paritair Comité 225 en het Paritair Subcomité 225.01 Paritair Comité voor de bedienden van de inrichtingen van het gesubsidieerd vrij onderwijs in de Vlaamse Gemeenschap worden collectieve arbeidsovereenkomsten (cao) gesloten met betrekking tot de verloning en arbeidsvoorwaarden van het bediendepersoneel.

    Verdere informatie hierover vind je onder het thema Contractuele personeelsleden

  • In een internaat ligt de eindverantwoordelijkheid voor de dagelijkse leiding bij de beheerder. Hij bekleedt een bevorderingsambt, en staat daarmee op dezelfde hoogte als de directeur van een school of een centrum voor volwassenenonderwijs.

    Verdere informatie hierover vind je onder de thema’s AmbtenTijdelijke aanstelling en Vaste benoeming

  • In het secundair onderwijs kan een leraar niet enkel worden belast met contacturen (lesuren), maar ook met “uren die geen lesuren zijn”, d.w.z. opdrachten die eveneens in aanmerking worden genomen als onderdeel van zijn statutaire betrekking, en waarvoor hij dan ook wordt bezoldigd. De bekendste vorm van “uren die geen lesuren zijn”, zijn de Bijzondere Pedagogische taken (BPT). Daarnaast zijn er in het gewoon so ook de uren voor Interne Pedagogische Begeleiding (IPB), klassenraad, klassendirectie, inhaallessen, nascholing en seminaries.

    Meer informatie hierover vind je onder de thema’s OmkaderingBekwaamheidsbewijzen en Prestatieregeling

    Ook in het basisonderwijs kunnen lestijden of uren worden aangewend voor bijzondere pedagogische taken, om welbepaalde schoolgebonden coördinatieopdrachten toe te kennen aan leden van het onderwijzend personeel of aan kinderverzorgers (of in het buitengewoon basisonderwijs: leden van het paramedisch, medisch, sociaal, psychologisch en orthopedagogisch personeel). Meer informatie daarover vind je in BaO/2005/09, punt 6  (gewoon basisonderwijs) of BaO/2005/10, punt 7  (buitengewoon basisonderwijs). 

  • Met campus wordt bedoeld: scholen die behoren tot eenzelfde schoolbestuur en waarvan één of meerdere vestigingsplaatsen gelegen zijn binnen eenzelfde of aaneensluitende kadastrale percelen, of gescheiden zijn door hetzij maximaal twee kadastrale percelen hetzij door een weg.

    Voor verdere informatie: zie het thema Herstructureringen

  • Met elk personeelslid sluit het bestuur een arbeidsovereenkomst (contract) af: zowel met de gesubsidieerde als met de contractuele personeelsleden. Voor de gesubsidieerden vindt u onze modellen van arbeidsovereenkomst onder de thema’s Tijdelijke aanstelling en Vaste benoeming. Voor de contractuelen vindt u ze onder het thema Contractuele personeelsleden

  • In een scholengemeenschap voor secundair onderwijs kan een directeur worden belast met het mandaat van coördinerend directeur, verantwoordelijk voor het geheel van de scholengemeenschap. Daarvoor kan hij al dan niet worden vrijgesteld van zijn opdracht op school. Meer informatie hierover vind je onder het thema Ambten > in het gewoon secundair onderwijs. Voor vragen kan je terecht bij de Dienst Personeel. 

    In het basisonderwijs bestaat het mandaat van coördinerend directeur niet, maar wel kan de ‘directeur-coördinatie scholengemeenschap’ al dan niet vrijgesteld worden. Meer informatie daarover vind je in BaO/2005/12, punt 1 en PERS/2005/10 (ps), punt 6

  • Welke rechten een gesubsidieerd personeelslid kan genieten, hangt af van de anciënniteit die het heeft bereikt. Die anciënniteit wordt berekend op basis van de gesubsidieerde diensten die het heeft geleverd, vandaar dat men ook spreekt van dienstanciënniteit.
    Hoe die anciënniteit wordt berekend en hoeveel er moet bereikt zijn, hangt af van het recht dat het personeelslid hoopt te genieten. Zo onderscheidt men anciënniteit met het oog op tijdelijke aanstelling voor doorlopende duur (TADD), of voor vaste benoeming, of voor terbeschikkingstelling en reaffectatie, of voor “vrij zijn van reaffectatie”, of  voor bezoldigd ziekteverlof (“sociale anciënniteit”) enzovoort.

    Meer informatie hierover vind je onder het thema Anciënniteiten

  • Voor gesubsidieerde personeelsleden bestaat er een wijd gamma aan verloven en dienstonderbrekingen. Op sommige kunnen ze een recht laten gelden; andere kunnen hen door het bestuur worden toegestaan bij wijze van gunst. Maar voor elke dienston-derbreking zijn in de wetgeving bindende voorwaarden en modaliteiten vastgelegd.

    Meer informatie hierover vind je onder het thema Verloven en andere dienstonderbrekingen.

  • Onder ‘dienstverplaatsingen’ worden verstaan: alle verplaatsingen die een personeelslid in opdracht of ten dienste van zijn schoolbestuur maakt, met uitzondering van de verplaatsingen die  als woon-werkverkeer moeten worden gekwalificeerd. Wanneer het personeelslid voor dienstverplaatsingen gebruikmaakt van de eigen wagen of van het openbaar vervoer, heeft hij/zij recht op een onkostenvergoeding. Bij gebruik van de fiets heeft het daarop slechts in enkele specifieke gevallen recht.

    Meer informatie hierover vind je onder het thema Vervoer

  • Elke school en elk centrum voor volwassenenonderwijs heeft recht op één betrekking van directeur (bevorderingsambt in het bestuurs- en onderwijzend personeel). Namens het school- of centrumbestuur is hij belast met de dagelijkse leiding van de instelling. In een internaat berust die leiding bij de beheerder.

    Meer informatie hierover vind je onder de thema’s AmbtenTijdelijke aanstelling en Vaste benoeming

  • In het basisonderwijs bestaat het mandaat van coördinerend directeur niet, maar wel kan de ‘directeur-coördinatie scholengemeenschap’ al dan niet vrijgesteld worden. 

    Meer informatie daarover vind je in BaO/2005/12, punt 1 en PERS/2005/10 (ps), punt 6.

  • De aanstelling of benoeming van een gesubsidieerd personeelslid kan worden beëindigd door een ontslag dat ofwel van het personeelslid uitgaat ofwel van het bestuur. Een “ontslag in onderling akkoord” kent het decreet Rechtspositie niet voor de gesubsidieerde personeelsleden.

    Daarnaast kunnen bepaalde gebeurtenissen volgens het decreet Rechtspositie automatisch een einde stellen aan een aanstelling of de benoeming. In dat geval gaat het niet om een ontslag, maar om een beëindiging van rechtswege.

    Meer informatie hierover vind je onder het thema Ontslag en einde aanstelling

  • Zowel gesubsidieerde als contractuele personeelsleden hebben recht op een eindejaarstoelage.

    Meer informatie hierover vind je onder het thema Bezoldiging en vergoedingen.

  • Het werken met een functiebeschrijving en het voeren van functioneringsgesprekken hangt samen met een cultuur van betrokkenheid en participatie van de personeelsleden. De functioneringsgesprekken zijn een belangrijke communicatielijn tussen personeelslid en directie, en zijn daarom cruciaal. De evaluatie is het sluitstuk van de professionalisering: personeelsleden die hun werk goed doen, zullen daarin bevestigd worden. Slechts in uitzonderlijke gevallen zal de evaluatie tot een “onvoldoende” leiden. 

    Meer informatie hierover vind je onder het thema Evaluatie en loopbaanbegeleiding

  • Fusie is de samenvoeging van twee of meer onderwijsinstellingen, waaruit een kleiner aantal instellingen ontstaat.

    Meer informatie hierover vind je onder het thema Herstructurering

  • Elke school voor secundair onderwijs genereert niet enkel uren-leraar (gewoon so) of lesuren (buso), maar ook een aantal punten. Deze punten worden echter toegekend aan de scholengemeenschap als geheel. Ook al wordt de omvang van de globale puntenenveloppe berekend met parameters waarin de vroegere normen voor de verschillende ambten (adjunct-directeur, technisch adviseur, ondersteunend personeel …) nog duidelijk herkenbaar zijn, toch zijn deze punten “ongekleurd” en kunnen ze voor (haast) alle ambten worden aangewend.

    Meer informatie hierover vind je onder het thema Omkadering >  gewoon so of > buso.

  • In het gewoon en buitengewoon basisonderwijs kunnen lestijden worden herverdeeld binnen de school (dus van kleuter- naar  lager onderwijs of omgekeerd) of kunnen ze worden overgedragen naar een andere school voor basisonderwijs. De uren-kinderverzorging kunnen enkel worden overgedragen binnen het gewoon basisonderwijs, en de uren-paramedici enkel binnen het buitengewoon basisonderwijs.
    Meer informatie hierover vind je onder het thema Omkadering

  • “Hetzelfde ambt” is een centraal begrip bij de verdeling van de betrekkingen onder de vastbenoemde personeelsleden en bij de reaffectatie.

    Aan welke criteria een betrekking moet voldoen om als “hetzelfde ambt” te gelden voor een vastbenoemd personeelslid, wordt toegelicht onder het thema Reaffectatie

  • Scholen voor basis- of secundair onderwijs en centra voor volwassenenonderwijs genereren als omkaderingsmiddelen o.a. punten voor ICT-coördinatie.

    Meer informatie hierover vind je onder het thema Omkadering

  • Onder strikte voorwaarden kan de een gesubsidieerd personeelslid tijdens zijn dienstonderbreking worden vervangen, en ontvangt de interimaris salaristoelagen van de overheid. Voor het secundair onderwijs en het volwassenenonderwijs zijn de voorwaarden strenger dan voor het basisonderwijs en de internaten.

    Meer informatie hierover vind je onder het thema Vervangingen

  • In het secundair onderwijs kan een leraar niet enkel worden belast met contacturen (lesuren), maar ook met “uren die geen lesuren zijn”, d.w.z. opdrachten die in aanmerking worden genomen als onderdeel van zijn statutaire betrekking, en waarvoor hij dan ook wordt bezoldigd. De bekendste vorm van “uren die geen lesuren zijn”, zijn de Bijzondere Pedagogische taken (BPT). Daarnaast kent het gewoon so ook uren voor Interne Pedagogische Begeleiding (IPB), klassenraad, klassendirectie, inhaallessen, nascholing en seminaries.

    Meer informatie hierover vind je onder de thema’s OmkaderingBekwaamheidsbewijzen en Prestatieregeling.

  • Om recht te kunnen laten gelden op tijdelijke aanstelling voor doorlopende duur in een wervingsambt, of om vast te worden benoemd in een wervingsambt, moet het personeelslid zich kandidaat stellen volgens de procedure die is vastgelegd door het decreet Rechtspositie.

    Meer informatie hierover vind je onder de thema’s Tijdelijke aanstelling en Vaste benoeming.

  • Basisscholen beschikken over een enveloppe voor de vervanging van korte afwezigheden.

    Meer informatie hierover vind je onder het thema Vervangingen.

  • Onder strikte voorwaarden kan de betrekking van een voltijds vastbenoemde directeur door het schoolbestuur als vacant worden beschouwd wanneer hij drie volledige schooljaren een volledige dienstonderbreking heeft genomen. Daardoor kan ook de opvolger vast benoemd worden, terwijl ook de eerst benoemde directeur zijn statuut behoudt.

    Meer informatie hierover vind je onder het thema Vaste benoeming

  • Leerlingen van het secundair onderwijs kunnen onder bepaalde voorwaarden voor een deel van hun vorming les volgen in een andere school. 

    Meer info:
  • Voor de goede werking van de school, het centrum of het internaat zijn betrokkenheid en inspraak van het personeel erg belangrijk. De meeste instellingen bieden die mogelijkheid via het lokaal onderhandelingscomité (LOC): de wetgever heeft de bevoegdheden daarvan specifiek afgestemd op de onderwijssituatie. Andere instellingen hebben een ondernemingsraad. Op niveau van de scholengemeenschap is het onderhandelingscomité van de scholengemeenschap actief (OCSG).

    Meer informatie hierover vind je onder het thema Overleg en inspraak.

  • Uiterlijk op 1 september 2016 kon nog een gewone loopbaanonderbreking (LBO) of een onbeperkt gedeeltelijke LBO 50+ of 55+ aanvangen. Nu kan enkel nog een LBO voor ouderschapsverlof, medische bijstand of palliatieve zorgen worden aangevat.

    Meer informatie hierover vind je onder het thema Verloven en andere dienstonderbrekingen.

  • De term Meesters-, vak- en dienstpersoneel wordt soms gebruikt om het arbeiderspersoneel aan te duiden, d.w.z. de contractuele personeelsleden die vallen onder Paritair Comité 152. 

    Meer informatie hierover vind je onder het thema Contractuele personeelsleden

  • Mits akkoord tussen het personeelslid en het schoolbestuur kan een vastbenoemd personeelslid worden geaffecteerd of gemuteerd.

  • De werkervaring die een personeelslid voorheen heeft opgebouwd als werknemer in de privésector of als zelfstandige, kan in bepaalde ambten (en voor de leraar: in bepaalde vakken) van het secundair onderwijs en van het volwassenenonderwijs in aanmerking worden genomen voor de geldelijke ancienniteit; soms kan ze kan ze een onderdeel van het bekwaamheidsbewijs vormen.

    Meer informatie hierover vind je onder de thema’s Bekwaamheidsbewijzen en Bezoldiging en vergoedingen.

  • Bij bepaalde familiale omstandigheden of staatsburgerlijke verplichtingen heeft een personeelslid recht op een of meer dagen omstandigheidsverlof.

    Meer informatie hierover vind je onder het thema Verloven en andere dienstonderbrekingen.

  • Het secundair onderwijs kan rekenen op de ambten van opvoeder en administratief medewerker, die samen de categorie van het ondersteunend personeel uitmaken. Meer informatie hierover vind je onder de thema’s Ambten en Omkadering.

  • Wanneer de aanstelling van een personeelslid niet van rechtswege eindigt maar wordt beëindigd door een ontslag dat uitgaat van het personeelslid zelf of van het bestuur, moet er een zekere opzeggingstermijn in acht worden genomen.

    Meer informatie hierover vind je onder het thema Ontslag en einde aanstelling.

  • Een gesubsidieerd personeelslid kan ouderschapsverlof nemen binnen drie verschillende stelsels: in het kader van loopbaanonderbreking of van zorgkrediet, ofwel als onbezoldigd ouderschapsverlof.

    Meer informatie over loopbaanonderbreking en zorgkrediet vind je onder het thema Verloven en andere dienstonderbrekingen.

  • In het gewoon en buitengewoon basisonderwijs kunnen lestijden worden herverdeeld binnen de school (dus van kleuter- naar  lager onderwijs of omgekeerd) of kunnen ze worden overgedragen naar een andere school voor basisonderwijs. De uren-kinderverzorging kunnen enkel worden overgedragen binnen het gewoon basisonderwijs, en de uren-paramedici enkel binnen het buitengewoon basisonderwijs.
    In het gewoon en het buitengewoon secundair onderwijs kunnen uren-leraar (buso: lesuren) worden overgedragen naar het volgende schooljaar ofwel naar een andere school voor secundair onderwijs. Uren voor paramedici kunnen enkel worden overgedragen naar het volgende schooljaar of naar een andere buso-school.
    Meer informatie hierover vind je onder het thema Omkadering.

  • Voor de goede werking van de school, het centrum of het internaat zijn betrokkenheid en inspraak van het personeel erg belangrijk. De meeste instellingen bieden die mogelijkheid via het lokaal onderhandelingscomité (LOC): de wetgever heeft de bevoegdheden daarvan specifiek afgestemd op de onderwijssituatie. Andere instellingen hebben een ondernemingsraad. Op niveau van de scholengemeenschap is het onderhandelingscomité van de scholengemeenschap actief (OCSG).

  • Om gesubsidieerd personeel aan te stellen, krijgen de scholen een aantal lestijden, uren en punten toegekend. Meer informatie hierover vind je onder het thema Omkadering.

  • Naast de gesubsidieerde en de contractuele personeelsleden kan een bestuur ook bijkomende personeelsleden aanstellen die wel onderworpen zijn aan het decreet Rechtspositie, maar wier salaris door het schoolbestuur wordt bekostigd met het werkingsbudget en dus niet wordt betoelaagd door de overheid. Dat zijn de zgn. personeelsleden ten laste van het werkingsbudget (PWB). 

  • Binnen zekere marges kan een lid van het onderwijzend personeel van het gewoon basisonderwijs of van het gewoon secundair onderwijs een opdracht krijgen die ruimer is dan het minimum dat vereist is voor een betrekking met voltijdse prestaties.

    Meer informatie hierover vind je onder het thema Prestatieregeling

  • Een gesubsidieerd personeelslid dat tijdelijk is aangesteld voor bepaalde duur in een wervingsambt, of dat tijdelijk is aangesteld in een selectie- of bevorderingsambt kan preventief worden geschorst maar enkel in het kader van een ontslag om dringende redenen.
    Een personeelslid dat tijdelijk is aangesteld voor doorlopende duur (wervingsambt) of dat vastbenoemd is, kan enkel preventief worden geschorst in het kader van een tuchtprocedure.

    Meer informatie hierover vind je onder de thema’s Ontslag en einde aanstelling en Tucht

  • Scholen en centra voor volwassenenonderwijs krijgen omkaderingsmiddelen toegekend onder de vorm van lestijden, lesuren, uren-leraar of leraarsuren, en daarnaast ook onder de vorm van punten.

    Meer informatie hierover vind je onder het thema Omkadering.

  • Het salaris van de gesubsidieerde personeelsleden wordt betoelaagd door de overheid. De contractuele personeelsleden worden door het bestuur bezoldigd op basis van de eigen middelen of van de werkingstoelagen.

    Meer informatie hierover vind je onder het thema Bezoldiging en vergoedingen

  • In het gewoon secundair onderwijs en buso OV4 kunnen vakoverschrijdende opdrachten aan leraars worden toevertrouwd onder de benaming “seminaries”. 

    Meer informatie hierover vind je onder het thema Bekwaamheidsbewijzen

  • Om als personeelslid te kunnen worden gesubsidieerd, moet men voldoen aan een aantal decretale voorwaarden, o.a. wat betreft bekwaamheidsbewijs, taalkennis, goed zedelijk gedrag, genot van burgerlijke en politieke rechten enz.

    Meer informatie hierover vind je onder het thema Tijdelijke aanstelling.

  • Het statuut van de vakbondsafvaardiging van het gesubsidieerd personeel van de katholieke onderwijsinstellingen werd in 2007 vastgelegd in een overeenkomst tussen het toenmalige VSKO en de vier onderwijsvakbonden: COV, COC, VSOA en ACOD.

    Meer informatie hierover vind je onder het thema Overleg en inspraak.

  • In het gewoon en het buitengewoon secundair onderwijs kunnen de punten van de globale puntenenveloppe o.a. worden aangewend voor de oprichting van uren voor taak- en functiedifferentiatie in de verschillende ambten.

    Meer informatie hierover vind je onder het thema Omkadering

  • Wanneer een vastbenoemd personeelslid geen vacante betrekking kan krijgen in de eigen instelling, wordt het ter beschikking gesteld wegens ontstentenis van betrekking (TBS/OB) en heeft het recht op reaffectatie of wedertewerkstelling. Een reaffectatie of wedertewerkstelling kan worden gevonden in de eigen instelling, in andere instellingen van het schoolbestuur, binnen de scholengemeenschap en in sommige gevallen binnen de Vlaamse reaffectatiecommissie. 

    Meer informatie hierover vind je onder het thema Reaffectatie

  • In het ambt van technisch adviseur-coördinator (TAC) en in dat technisch adviseur (TA) kunnen betrekkingen worden opgericht in scholen voor gewoon of buitengewoon secundair onderwijs en in centra voor volwassenenonderwijs.

    Meer informatie hierover vind je onder de thema’s AmbtenOmkaderingTijdelijke aanstelling en Vaste benoeming

  • Naast dienstactiviteit en non-activiteit is terbeschikkingstelling de derde administratieve toestand waarin een gesubsidieerd personeelslid zich kan bevinden. De meest voorkomende vorm van terbeschikkingstelling is TBS wegens ontstentenis van betrekking (afgekort TBS/OB). Meer informatie daarover vind je onder het thema Reaffectatie.
    In 2016-2017 bestaat daarnaast ook nog de terbeschikkingstelling wegens persoonlijke aangelegenheden (TBSPA). Daarover vind je meer informatie onder het thema Verloven en andere dienstonderbrekingen.

  • Een vastbenoemd personeelslid kan van zijn bestuur een verlof toegestaan krijgen om tijdelijk een andere opdracht op te nemen in een andere betrekking die onder het toepassingsgebied van het decreet Rechtspositie valt: in een ander vak, een ander ambt, een andere onderwijsinstelling en/of een ander onderwijsniveau.

    Meer informatie hierover vind je onder het thema Tijdelijke aanstelling.

  • Wanneer een gesubsidieerd personeelslid zich niet houdt aan de verplichtingen die zijn opgelegd krachtens het decreet Rechtspositie, kan het schoolbestuur de betrokkene tuchtrechtelijk vervolgen, althans als het personeelslid vastbenoemd is, of gereaffecteerd/wedertewerkgesteld, of tijdelijk is aangesteld voor doorlopende duur. 

    De verplichtingen van de personeelsleden betreffen o.a. het behartigen van de belangen van de leerlingen en de school; het persoonlijk en nauwgezet uitvoeren van de opgedragen taken; het correcte gedrag in de omgang met leerlingen en publiek; het bewaren van het ambtsgeheim, en het naleven van de verplichtingen die voortvloeien uit de specificiteit van het opvoedingsproject. Ook de bepalingen van het Algemeen Reglement en het eigen arbeidsreglement behoren tot deze verplichtingen.

    De regelgeving hieromtrent is verspreid terug te vinden in het Decreet rechtspositie personeelsleden, het Reaffectatiebesluit en het Besluit omtrent preventieve schorsing en tucht.

    Voor toelichtingen bij de tuchtregeling kan je terecht bij de Dienst Personeel. 

  • Gesubsidieerde personeelsleden die tijdelijk zijn aangesteld in een wervingsambt (behalve de administratief medewerker) ontvangen in de maanden juli en augustus geen salaris, maar een uitgestelde bezoldiging. Deze bedraagt een vijfde van de salarissen van september tot december, resp. van januari tot juni. 
    Meer informatie hierover vind je onder het thema Bezoldiging en vergoedingen

  • De vaste benoeming in wervingsambten verloopt via een procedure die wettelijk is vastgelegd in het decreet Rechtspositie. Tot die procedure behoort o.a. de verplichting om de betrekkingen in wervingsambten die op 1 maart vacant zijn, vacant te verklaren. Het bestuur moet deze betrekkingen tegen 1 april meedelen aan alle personeelsleden van de scholengemeenschap of (voor instellingen die niet tot een scholengemeenschap behoren) aan alle personeelsleden van het eigen bestuur. Voor betrekkingen in selectie- en bevorderingsambten bestaat er geen verplichting tot vacantverklaring maar geldt er een andere benoemingsprocedure.
    Meer informatie hierover vind je onder het thema Vaste benoeming

  • Zowel gesubsidieerde als contractuele personeelsleden hebben recht op vakantiegeld.
    Meer informatie hierover vind je onder het thema Bezoldiging en vergoedingen

  • Gesubsidieerde personeelsleden die vastbenoemd zijn of wiens tijdelijke aanstelling nog doorloopt in de vakantieperiode, kunnen vakantieprestaties opgelegd krijgen. Het maximale aantal dagen dat kan worden opgelegd hangt af van het ambt waarin ze zijn aangesteld of benoemd, en is vastgelegd in het Algemeen reglement voor dat onderwijsniveau.
    Meer informatie hierover vind je onder het thema Algemeen reglement en arbeidsreglement.

  • Het statuut van de vakbondsafvaardiging van het gesubsidieerd personeel van de katholieke onderwijsinstellingen werd in 2007 vastgelegd in een overeenkomst tussen het toenmalige VSKO en de vier onderwijsvakbonden: COV, COC, VSOA en ACOD. In dat statuut is ook vastgelegd op hoeveel afgevaardigden een vakorganisatie recht heeft in een onderwijsinstelling, afhankelijk van het aantal aangesloten personeelsleden.
    Meer informatie hierover vind je onder het thema Overleg en inspraak

  • In het gewoon secundair onderwijs en in OV4 van het buitengewoon secundair onderwijs wordt een betrekking van leraar o.a. gedefinieerd door het vak; de reglementering onderscheidt ongeveer 200 “administratieve vakbenamingen”. In OV3 van het buso onderscheidt men verschillende specialiteiten in het ambt van leraar BGV.
    Meer informatie hierover vind je onder het thema Bekwaamheidsbewijzen

  • De volgorde waarin het schoolbestuur bij het begin van het schooljaar de betrekkingen moet verdelen onder de vastbenoemde personeelsleden van de school, is vastgelegd in het zgn. Reaffectatiebesluit.

    Meer informatie hierover vind je onder het thema Reaffectatie

  • Voor de vergoedingen waarop een personeelslid aanspraak kan maken: zie de thema’s Bezoldiging en vergoedingen en Vervoer

  • Voor de vergoeding van dienstverplaatsingen en van bepaalde verplaatsingen in het kader van het woon- werkverkeer: zie het thema Vervoer

  • Algemeen gesteld is een vestigingsplaats: het gebouw of gebouwencomplex waarin een school of een gedeelte van een school gehuisvest is. Maar voor het basisonderwijs, het secundair onderwijs en het volwassenenonderwijs wordt de exacte definitie telkens nog wat verfijnd in de wetgeving.
    Voor verdere informatie over vestigingsplaatsen: zie het thema Herstructureringen

  • In de derde graad van het TSO en het BSO, in de opleiding Verpleegkunde (HBO5) en in het deeltijds BSO kan iemand (die geen lid is van het schoolbestuur en geen personeelslid is van de school) voordrachten geven vanuit zijn deskundigheid en ervaring in de arbeidsmarkt en de bedrijfswereld. .

  • Een vastbenoemd personeelslid dat ter beschikking is gesteld wegens ontstentenis van betrekking heeft nog recht op zijn salaris of minstens op een wachtgeldtoelage. Meer informatie hierover vind je onder het thema Reaffectatie.
    Bij de andere vormen van terbeschikkingstelling heeft een personeelslid enkel recht op een wachtgeldtoelage als het gaat om een TBS wegens ziekte.

  • De wedde van de gesubsidieerde personeelsleden wordt betoelaagd door de overheid. De contractuele personeelsleden worden door het bestuur bezoldigd op basis van de eigen middelen of van de werkingstoelagen.
    Meer informatie hierover vind je onder het thema Bezoldiging en vergoedingen.

  • Wanneer een vastbenoemd personeelslid geen vacante betrekking kan krijgen in de eigen instelling, wordt het ter beschikking gesteld wegens ontstentenis van betrekking (TBS/OB) en heeft het recht op reaffectatie of wedertewerkstelling. Een reaffectatie of wedertewerkstelling kan worden gevonden in de eigen instelling, in andere instellingen van het schoolbestuur, binnen de scholengemeenschap en in sommige gevallen binnen de Vlaamse reaffectatiecommissie. 
    Meer informatie hierover vind je onder het thema Reaffectatie.

  • Heel frequent - soms té frequent - brengt de overheid wijzigingen aan in de regelgeving voor het onderwijs. Die wijzigingen proberen we vóór de aanvang van elk schooljaar te bundelen in een overzicht.

  • Voor ouderschapsverlof, beroepsopleiding, medische bijstand, palliatieve zorgen of om te zorgen voor een gehandicapt kind kan een gesubsidieerd personeelslid zorgkrediet nemen. Naargelang het volume ervan (voltijds, halftijds of een vijfde) kan een personeelslid over het geheel van zijn loopbaan maximaal 18 maanden, 36 maanden of 90 maanden zorgkrediet nemen.
    Meer informatie hierover vind je onder het thema Verloven en andere dienstonderbrekingen