Werk maken van een uitdagend wiskundecurriculum voor alle leerlingen

08 juni 2017

Katholiek Onderwijs Vlaanderen reageert gematigd positief op de resultaten van de peilingproeven wiskunde in het basisonderwijs: een grote groep leerlingen behaalt immers de eindtermen op het einde van het basisonderwijs. Wel gaan de resultaten op de peilingproef in dalende lijn. Dat is op zijn minst vreemd: bij onze interdiocesane proeven zien we die dalende trend niet. En in internationale vergelijkingen (o.a. TIMMS 2015) scoort Vlaanderen zeer goed. De resultaten verdienen dus nader onderzoek. Katholiek Onderwijs Vlaanderen ziet enkele knipperlichten: Jongens doen het in de peilingproef doorgaans beter dan meisjes. En voor een te beperkt aantal onderdelen van de peilingproef wordt een goed resultaat behaald. Om de kwaliteit van ons wiskundeonderwijs te behouden en te versterken, wil Katholiek Onderwijs Vlaanderen meer dan ooit werk maken van een uitdagend curriculum voor alle leerlingen en de leraar voldoende ondersteunen.

De Vlaamse overheid legt eindtermen vast die verwijzen naar de inhouden van verschillende leergebieden. Eindtermen zijn minimumdoelen die de overheid noodzakelijk en bereikbaar acht voor een bepaalde leerlingengroep in het gewoon onderwijs. Het Steunpunt Toetsontwikkeling en Peilingen (KU Leuven) heeft op basis van een aantal geselecteerde eindtermen onderzocht hoe het staat met de kennis, vaardigheden en inzicht van wiskunde op het einde van het basisonderwijs. Voor hoofdrekenen en getalwaarden haalt ongeveer 70 procent van de leerlingen de eindtermen. Meer dan 80 procent van de leerlingen haalt voor kloklezen, geld en ruimtelijke oriëntatie de norm. Voor schatten, interpretaties van voorstellingswijzen, aanwenden heuristieken en beargumenteren van oplossingswijzen daarentegen behaalt minder dan de helft van de leerlingen de eindtermen.

Katholiek Onderwijs Vlaanderen voorziet met het leerplan Zin in Leren!, Zin in Leven! in een uitdagend wiskundecurriculum voor alle leerlingen. Met het accent op wiskundig denken wordt er ingezet op redeneren, toepassen en inzichtelijk verwerven van kennis. Door geïntegreerd te werken leren leerlingen om wiskundige problemen vanuit meerdere dimensies op te lossen. Ze maken daarbij gebruik van de wiskundige bagage die ze al doende vergaren.

‘Zin in’ verwijst naar alles wat met motivatie te maken heeft, maar ook naar het vertrouwen en het geloof in de groeikansen van élke leerling. Uit het peilingonderzoek blijkt immers dat het aantal leerlingen met een andere thuistaal sterk toegenomen is en het aantal leerlingen met dyscalculie maar liefst verdubbeld is. Het gedegen ondersteunen van leerprocessen bij een zeer divers leerlingenpubliek is dan ook een grote uitdaging. Dat (toekomstige) leraren daarbij zelf ondersteuning nodig hebben, staat buiten kijf. Kansen om eigen competenties te kunnen versterken of het gericht kunnen inzetten van competenties op schoolniveau zijn cruciaal.