Protocol van gedeeltelijk akkoord over leerlingenbegeleiding

21 december 2017

Katholiek Onderwijs Vlaanderen geeft een protocol van gedeeltelijk akkoord bij het voorontwerp van decreet over leerlingenbegeleiding in het basisonderwijs, het secundair onderwijs en de centra voor leerlingenbegeleiding.

We waarderen de inspanningen van de overheid om met dit decreet een nieuw kader voor de leerlingenbegeleiding voor scholen en CLB’s te creëren. Het faciliteert de mogelijkheid om in dialoog met de verschillende actoren op het terrein tot bijkomende verduidelijking te komen. De bijkomende personele en financiële injectie in de CLB’s, na de jarenlange bevriezing van het CLB-budget, is een bevestiging van het vertrouwen in de sector. Met het decreet kiest de overheid niet voor een revolutie, maar wordt getracht om continuïteit te bieden. Op het inhoudelijke vlak is er in het decreet een compromis gevonden tussen een verregaande en diepgaande hervorming die sommigen vroegen en de status quo die anderen voorstonden.  Gezien de vele fundamentele uitdagingen in de belendende dossiers binnen onderwijs en daarbuiten vinden we dit een begrijpelijke keuze. Het decreet biedt ook ruimte voor schaalvergroting en haalt drempels weg die samenwerking tussen de centra in de weg staan. Ook hier zien we heel wat mogelijkheden tot verdere groei en ontwikkeling.

Het decreet opteert voor een definitie van leerlingenbegeleiding die voor de scholen realistisch en werkbaar is. Toch blijft Katholiek Onderwijs Vlaanderen de hoge nood aan bijkomende financiering voor een kwaliteitsvolle begeleiding van leerlingen aankaarten. Zoals ook in de besprekingen over het ondersteuningsmodel blijft Katholiek Onderwijs Vlaanderen voor extra middelen voor leerlingenbegeleiding in de fasen 0 en 1 van het zorgcontinuüm ijveren. In deze kan Katholiek Onderwijs Vlaanderen niet akkoord gaan met de budgetneutrale context voor de scholen waarin de uitvoering van dit decreet dient te verlopen.

Katholiek Onderwijs Vlaanderen kan niet akkoord gaan met het omkaderingssysteem en de verplichte netoverstijgende samenwerking en onafhankelijkheid.

Met het nieuwe omkaderingssysteem wordt ervoor gekozen om geen enkel centrum te laten verliezen. We vinden dit een nobel uitgangspunt. Tegelijk zorgt dit ervoor dat centra niet met elkaar in concurrentie gaan, iets wat aansluit bij de aanbevelingen uit de performance audit van de CLB’s. Waar we niet mee akkoord gaan is dat er niet gestreefd wordt, zelfs niet op termijn, naar een systeem van toekennen van omkadering dat gebaseerd is op leerlingenkenmerken. Een leerling moet in om het even welk centrum een gelijk aantal omkaderingseenheden genereren. Met het systeem zoals het nu is ingeschreven moeten heel wat centra met ongelijke omkadering gelijke opdrachten uitvoeren en worden ze geacht gelijke resultaten te behalen. Dit is fundamenteel onrechtvaardig. Daarbovenop stellen we vast dat voor het nieuwe omkaderingssysteem de bijkomende omkadering onvoldoende is om elk centrum de omkadering te geven waar het, op basis van de nieuwe weging, recht op heeft. Het verlagen van de bandbreedte SES van 35% naar 25% en het schrappen van de extra omkadering voor leerlingen met een verslag zou hier al deels aan tegemoet komen. Tegelijk pleiten we voor een beperkte omkadering per school die het CLB in begeleiding heeft.

Op het vlak van de netoverstijgende samenwerking vinden wij dat er spontaan al heel wat stappen gezet zijn. De centra werken vandaag netoverstijgend samen op Vlaams niveau, op provinciaal niveau en op verschillende plaatsen zijn er subprovinciale samenwerkingen. Al deze samenwerkingsverbanden zijn vrijwillig ontstaan vanuit concrete noden op het terrein. Waarom er een ‘netoverschrijdende’ verplichting top down opgelegd moet worden, terwijl er bottum up voldoende, spontane en goede samenwerkingen uitgebouwd worden is voor ons dan ook onbegrijpelijk. De organisatie van de regionale samenwerking zoals het nu omschreven is in het decreet lijkt bureaucratisch, en waar het decreet algemeen blijft op zijn globale doelstellingen wordt het op dit vlak wel heel erg concreet. Netoverstijgende samenwerking is voor ons een middel om kwaliteitsvolle leerlingenbegeleiding te realiseren en geen doel op zich.

Naast de verplichting inzake netoverstijgende samenwerking zijn er ook ernstige bedenkingen bij de opdracht die de Vlaamse regering zich toe-eigent om de regio’s voor de netoverstijgende ondersteuningscellen vast te leggen.  De hoeveelheid regioverdelingen die Vlaanderen rijk is zorgt vooral voor grote verwarring en onduidelijkheid bij de cliënt. Opnieuw een nieuwe regio-indeling maken voor de CLB’s zal deze verwarring alleen maar verder vergroten. Er dreigen tal van nieuwe structuren te ontstaan, waardoor de leerlingenbegeleiding vanuit de CLB’s veel verder van de school komt te liggen.

We betreuren ook dat de overheid niets doet met de duidelijke aanbeveling uit de audit om ervoor te zorgen dat de centra van de verschillende netten onafhankelijk van de scholen georganiseerd worden. Het verschil in onafhankelijkheid is vandaag een belangrijke drempel om tot netoverstijgende samenwerking te komen.