Plenaire vergadering 14-06-2017 – Scholenfusies in het katholiek onderwijs en BOS

15 juni 2017

De actuele vraag van onderwijscommissaris Koen Daniëls was actueel, zeker. Minister Crevits beaamde, volgens mij terecht, een stukje van de redenering van de vragensteller, zeker, maar liet gelijk een meer genuanceerde stem horen dan de vragensteller over de diepere fundamenten van de zaak, die (ik bedoel, die stem) de vragensteller dan weer niet hoorde en hij sloeg, toegegeven pas helemaal aan het eind, op zijn intussen bekende spijker. Even de zaken wat concreter op een rijtje.

Eén. Op een vreemde manier werden grootse reorganisatieplannen bekendgemaakt in het Roeselaarse katholiek onderwijs, die gecontesteerd werden door een grote groep leraren en ouders. Het preciezere wat en hoe ken ik niet, met als enige bron de krant, dus daarover kan ik geen verdere uitspraken doen.

Twee. Minister Crevits werd in die casus op een op het eerste gezicht oneigenlijke manier opgevoerd als gezagsargument.

Drie. In het Vlaamse regeerakkoord (p. 102 van 167) stond over de BOS-operatie toch iets anders, aldus vragensteller Daniëls.

Vier. Zijn vraag: “Wat zult u eraan doen als gezagsargumenten als deze worden gebruikt, om ervoor te zorgen dat een grote groep mensen, zijnde de leerkrachten, in een bepaald stramien worden geduwd, waarbij ze eigenlijk niet worden geïnformeerd en waarbij de gezagsargumenten er eigenlijk niet toe doen?”

Minister Crevits was het oneens met de manier waarop de betrokkenen in Roeselare deze reorganisatie hadden aangepakt. Vragensteller Daniëls blij. Maar…lees nog even door, want er komt nog een “maar”…

Er waren eerst nog twee interveniënten: onderwijscommissarissen Jos De Meyer en Jo De Ro. De Meyer verwees naar de recente BOS-hoorzittingen in de Commissie Onderwijs, naar zijn bekommernis om de wijkscholen en naar vertrouwen in het onderwijsveld, met name werknemers én werkgevers aldaar. De Ro sprak over het Vilvoordse katholiek onderwijs, waar blijkbaar een andere aanpak was gehanteerd bij een reorganisatie, zo meende ik uit zijn ietwat sibillijnse woorden op te maken, en benadrukte het belang van zgn. neutrale (vind ik altijd een vreemd woord in deze context) overheidscommunicatie. Terecht, denk ik, maar ik zou die niet neutraal noemen, maar bv. wel objectief.

Minister Crevits lijstte daarop de vele communicatieactiviteiten van overheidswege op en herhaalde haar punt over het gebrek aan participatie in Roeselare. Maar toen volgde haar “maar” als reactie op de bekende passage uit het regeerakkoord, die vragensteller Daniëls had geciteerd. Hij had daarmee laten uitschijnen dat bij BOS elke school dezelfde zou moeten blijven, terwijl de minister terecht (ook dat is namelijk vrijheid van onderwijs) verwoordde dat er allerlei mogelijkheden bestaan, waarbij de aanblik van het onderwijs op een bepaalde plaats er aardig anders kan uitzien dan voorheen. Overigens zijn er daarvan al ettelijke precedenten geweest in onze onderwijsgeschiedenis. Bovendien (en ook daarover had de minister indirect gesproken), het is toch niet omdat iets nog geen regelgeving is (maar wel er op een of andere manier zit aan te komen) dat scholen niet proactief daarop zouden mogen inspelen. Ik heb het daarover al eens eerder gehad op deze pagina’s. Dat dat in Roeselare niet op een behoorlijke manier verlopen is, daarin zal veel waarheid steken, maar als scholen pas zouden mogen handelen, wanneer alle Vlaams Parlementsleden op het juiste knopje hadden gedrukt in de plenaire vergadering…wel, die scholen zou gemakzucht en een gebrek aan beleidsvoerend vermogen verweten worden.

Het constructieve en genuanceerde deel van Crevits’ woorden hoorde de vragensteller echter niet en hij besloot met wat hij eigenlijk had bedoeld met deze vraag: “de vrijheid die we aan scholen geven, als overheid, die moet niet ingevuld worden door andere intermediairen.” Ik kreeg een Paarsgroen déjà vu…

Lees de bespreking van de “Actuele vraag over de scholenfusies in het katholieke onderwijsnet en de bestuurlijke optimalisatie in het onderwijs van Koen Daniëls” aan minister Hilde Crevits.

Reageren op dit commentaar kan bij wilfried.vanrompaey [at] katholiekonderwijs.vlaanderen.