Plenaire vergadering 05-07-2017 – Rechterlijke uitspraak en gon-begeleiding

06 juli 2017

Het was te verwachten: een krantenkop als ‘Vlaanderen discrimineert blinde scholieren’ op de voorpagina van dS op 3 juli 2017 was voldoende om drie gekoppelde actuele vragen op te leveren. De bredere context is dan ook een belangrijk én complex dossier, waarover de laatste tijd terecht al heel wat te doen was en waarover ook door Katholiek Onderwijs Vlaanderen al uitvoerig gecommuniceerd is, binnen en buiten de media.

Concreet nu ging het om een belangrijke en verregaande rechterlijke uitspraak in Brussel en die leverde duidelijke (elkaar deels overlappende) vragen op van de onderwijscommissarissen Elisabeth Meuleman, Caroline Gennez en Koen Daniëls:

“Minister, wat zijn de implicaties van deze uitspraak en wat gaat u doen om te verhinderen dat in september ouder na ouder naar de rechtbank zal stappen voor de ondersteuning waarop hij recht heeft volgens internationale verdragen, volgens verdragen die wij ook hier in Vlaanderen hebben ondertekend?”

“Minister, mijn vraag is dus eigenlijk heel concreet: hoe gaat u ervoor zorgen, met het zorgondersteuningsmodel dat we hier hebben goedgekeurd en dat te snel moet worden uitgerold, wat op dit moment voor chaos op het terrein zorgt, dat op 1 september elk kind ook individueel de zorg krijgt waarop het volgens zijn eigen beperking, handicap en vooral zorgnood recht heeft?”

“Minister, wij hebben dus toch wel de heel concrete vraag: op welke manier kunt u er nu voor zorgen dat ouders worden betrokken, dat ze weten waar ze aan toe zijn en dat we vermijden dat iedereen naar de rechtbank gaat stappen om die rugzak van individuele uren die we nu enkel hebben ingeschreven voor de types 2, 4, 6 en 7, ook te gaan afdwingen voor alle andere types?”

Minister Crevits schetste de hele voorgeschiedenis van het dossier. De nieuwe ondersteuningsnetwerken waren nu gekend bij de onderwijsadministratie en tegen het eind van deze week zouden die hun middelen toegewezen krijgen. Wat de rechtszaak betrof, had de raadsman van de minister haar aangeraden om beroep aan te tekenen tegen het vonnis van de rechter. Algemeen vond de minister dat het nieuwe ondersteuningssysteem het in dezen beter zou doen dan het oude, waarop de rechtszaak nog betrekking had. Daarmee was Meuleman het alvast niet eens en Gennez raadde de minister af om in beroep te gaan. Daniëls wees dan weer op twee belangrijke zaken in de regelgeving, die in de concrete casus blijkbaar niet (voldoende) hadden gespeeld en betrok ook het beleidsdomein Welzijn bij de zaak. Niet onterecht, leek mij.

Daniëls en de minister kregen vervolgens steun van interveniënten Kathleen Helsen en Jo De Ro.

In wat volgde, kregen we nog heel wat herhaling van wat al bij herhaling was gezegd hierover ter gelegenheid van recente vragen en uiteraard ook van de behandeling van de desbetreffende amendementen bij Onderwijsdecreet XXVII. Hierover is het laatste woord nog niet gezegd…denk ik.

Lees de bespreking van de “Actuele vraag over de implicaties van de veroordeling van de Vlaamse Gemeenschap wegens te weinig gon-begeleiding (geïntegreerd onderwijs) van kinderen met een beperking van Elisabeth Meuleman , over de zorgondersteuning voor kinderen met een beperking in het kader van M-decreet van Caroline Gennez en over de gevolgen van een vonnis van een Brusselse rechtbank dat individuele en rechtstreekse ondersteuning oplegt voor kinderen met een beperking in het gewoon onderwijs en de precedentwaarde die het schept van Koen Daniëls” aan minister Hilde Crevits.

Reageren op dit commentaar kan bij wilfried.vanrompaey [at] katholiekonderwijs.vlaanderen (subject: Plenaire%20vergadering%2005-07-2017%20%E2%80%93%20Rechterlijke%20uitspraak%20en%20gon-begeleiding) (Wilfried Van Rompaey).