Internaten Katholiek Onderwijs Vlaanderen hebben nood aan bijkomende omkadering en werkingsmiddelen

27 november 2017

Op 27 november 2017 bezocht minister van Onderwijs Hilde Crevits het Don Bosco Internaat in Woluwe samen met Lieven Boeve, directeur-generaal van Katholiek Onderwijs Vlaanderen. Aan de hand van het bezoek met een rondleiding door de internen zelf, kreeg de minister een beeld van de kwaliteitsvolle werking van internaten, maar ook van hun noden. Onderwijsinternaten verdienen niet alleen de noodzakelijke erkenning als waardevolle partner in opvoeding en onderwijs, zij moeten ook professioneel en kwaliteitsvol werk kunnen leveren.

Nieuwe uitdagingen

De internaten van het katholiek onderwijs beantwoorden aan een duidelijke vraag naar opvoedingsondersteuning. Het internaat biedt kinderen en jongeren een veilige en huiselijke omgeving waarin ze samen met leeftijdsgenoten mogen opgroeien. Dat doet het internaat op een eigentijdse manier door met een kritische blik op de samenleving jongeren te vormen tot verantwoordelijke volwassenen, in de beste traditie van de katholieke dialoogschool. Omdat de samenleving verandert, worden ook internaten geconfronteerd met nieuwe uitdagingen: veranderende gezinssituaties, toename diagnoses zorgvragen, steeds meer samenwerking met externe partners, zoals Integrale Jeugdhulp.

Voldoende werkingsmiddelen en personeel

Om met die nieuwe uitdagingen te kunnen omgaan en kwaliteitsvol werk te blijven leveren, hebben internaten voldoende personeel en financiële middelen nodig. Met de huidige omkadering is het onmogelijk het werk naar behoren te doen. Zo is er steeds meer nood aan gedifferentieerde begeleiding, maar staat een opvoeder vaak alleen voor een leefgroep. Er is onvoldoende tijd voor individuele ondersteuning van internen.  Om een kwalitatieve begeleiding te realiseren is er dus bijkomend pedagogisch personeel nodig. Nu krijgt elk internaat 2 tot 2,5 opvoeders gesubsidieerd door de overheid, ongeacht het aantal internen. De overige opvoeders moeten door het internaatsbestuur betaald worden, wat financieel niet meer houdbaar is voor de middelgrote en grote internaten. Ook de beheerder moet gewaardeerd worden in zijn job, aangezien het takenpakket vergelijkbaar is met dat van een schooldirecteur. Maar dat blijkt niet uit de verloning. Daarnaast hebben internaten meer werkingsmiddelen nodig om hun werking op het vlak van infrastructuur, personeelsbeleid en professionalisering kwalitatief uit te kunnen bouwen.

Bezoek Don Bosco Internaat

Het bezoek aan het Don Bosco Internaat in Woluwe verduidelijkt de noden van de internaten. Beheerder Stijn van Eyken: “Om elke avond de 66 internen te begeleiden zijn er maar twee gesubsidieerde opvoeders voorhanden en daarmee is het onmogelijk om elk van de jongeren individueel te begeleiden. Zeker als je weet dat meer dan de helft van de internen ondersteuning nodig heeft bij het leren. De aanwerving van opvoeders met een bediendencontract zorgt voor een zeer hoog kostenplaatje. Gelukkig hebben wij heel wat vrijwilligers waarop we mogen rekenen, maar dat is zeker niet in elk internaat het geval. Daarnaast moet er ook heel wat geïnvesteerd worden in het onderhouden van de infrastructuur, waarvoor we bijna volledig rekenen op giften. Dat is op lange termijn onhoudbaar.”