Commissie Onderwijs 19-10-2017 – Schoolbouwprojecten 'Scholen van Morgen'

25 oktober 2017

In de week voordien was het al gegaan over schoolinfrastructuur, maar het thema is ruim genoeg voor nog meer vragen, zeker voor de sp.a, die ere wie ere toekomt, de minister leverde die aan de oorsprong van dit verhaal stond in de legislatuur 2004-2009, nl. Frank Vandenbroucke. De huidige minister, Hilde Crevits, mag deze legislatuur nu wel heel wat lintjes doorknippen. Politiek is dat nooit oninteressant. Toen ging het om 1,5 miljard euro voor 182 scholen, nu is men van 300 naar 550 miljoen gegaan voor nog eens 41 projectspecifieke dossiers. Voor haar vragen was onderwijscommissaris Caroline Gennez geïnteresseerd in de leerervaringen (knelpunten) van de al afgewerkte dossiers ten behoeve van de nieuwe projecten en vooral ook in meer soepelheid bij de aanpak van de M(aintain) tegenover de D(esign), B(uild) en F(inance) in de betrokken investeringsformule. Ten slotte betrok ze ook, als ondersteuning voor scholen, de technische expertise ter zake van lokale taskforces (cf. bredeschoolgedachte) in haar betoog.

Minister Crevits ging kort in op de relatie tussen het bestaande DBFM-programma ‘Scholen van Morgen’ en het nieuwe projectspecifieke DBFM-programma met zijn 41 geselecteerde DBFM-projecten: gelijkenis en verschil. Zoals gepland, komt er een uitgebreide evaluatie eind 2018, maar via de nieuwe (andersoortige) DBFM-projecten heeft de Vlaamse regering, op basis van bepaalde leerervaringen, toch al actie ondernomen. De minister beschreef daarvan nog eens de aanpak met een projectbureau en ook het cruciale thema van de ESR-neutraliteit, waardoor o.a. de “M” in DBFM niet zomaar daaruit kan worden gehaald. Wel moest enig pragmatisme kunnen bij kleine herstellingen. Uit de geciteerde voorbeelden van gerealiseerde bouwprojecten bleek wel dat er zeker ook veel goeds zit in het hele verhaal, waarover overigens kamerbrede consensus bestond.
Interveniënt Koen Daniëls ging o.a. nog door op de kwestie van de openstelling van de schoolinfrastructuur, wat overigens in de nieuwe projecten bewust een criterium voor selectie geworden was. Interveniënt Jos De Meyer was positief gestemd over het geheel, maar het ook wel eens met de zorgen van zijn collega’s en keek uit naar de evaluatie, want deze bouwformule was toch niet meteen de goedkoopste.
Aan het eind kregen we nog een klein politiek epiloogje, dat te maken had met de eerste zin hierboven. In het verslag van het Vlaams Parlement staat dat Gennez’s lampje nog ‘groter’ was dan gewoonlijk. Ik denk dat ze zei “nog roder”.

Lees de bespreking van de “Vraag om uitleg over schoolbouwprojecten in het kader van 'Scholen van Morgen' van Caroline Gennez” aan minister Hilde Crevits. 

Reageren op dit commentaar kan bij wilfried.vanrompaey [at] katholiekonderwijs.vlaanderen (subject: Commissie%20Onderwijs%2019-10-2017%20%E2%80%93%20Schoolbouwprojecten%20Scholen%20van%20Morgen) (Wilfried Van Rompaey).