Commissie Onderwijs 05-10-2017 – Burgerschap en vrijstelling van levensbeschouwelijke vakken

11 oktober 2017

Drie vragen, drie vragenstellers: onderwijscommissarissen Caroline Gennez, Kathleen Krekels en Ann Brusseel. Diezelfde ochtend was het in de kerngroep “eindtermen” al gegaan over levensbeschouwelijke vakken (en de rol van de overheid daarbij) en het thema had uitgebreid in de krant gestaan. Gennez zoomde nu, vanuit een schets van de zgn. superdiversiteit, in op de regeling inzake vrijstelling van levensbeschouwelijke vakken, de cijfers, de eventuele ondersteuning voor wie een vrijstelling heeft en op een nieuw vak ‘burgerschap’, dat zij zinvol vond voor alle scholen. Krekels deelde dat laatste punt met Gennez, maar dan niet alleen voor wie een vrijstelling van levensbeschouwelijke vakken had. Gennez had meerdere scenario’s naast elkaar gesuggereerd, maar Krekels onderstreepte dat voor haar fractie levensbeschouwelijk onderricht en burgerschap twee aparte gegevens waren, en dus ook volledig los van elkaar stonden. In haar vraag legde ze ook de link naar de lerarenopleiding. Brusseel wist dat er volgens de afgevaardigd bestuurder van het GO! naast het aparte vak burgerschap ook meer aandacht zou komen voor burgerschap in de andere vakken. Ze ging vooral in op de peiling in 2016 van het Agentschap voor Hoger Onderwijs, Volwassenenonderwijs, Kwalificaties en Studietoelagen (AHOVOKS), waarnaar Krekels ook had verwezen, met zwakkere resultaten voor bso-leerlingen, en koppelde daar diverse vragen aan.

Minister Crevits ging uitgebreid in op de vele vragen. Enkele zaken. Bij de genoemde vrijstelling moeten ouders eigenlijk voor de invulling zorgen en mag die vrij gekomen ruimte niet besteed worden aan andere vakken van het curriculum. Medewerkers van de minister zijn wel aan het uitzoeken of de school toch geen aanbod zou kunnen doen. Dat was nog hangende. De minister was een grote believer in een prominente plaats voor burgerschap in de nieuwe eindtermen, maar wilde vanuit haar ervaring met de prille GO!-aanpak geen vak van bovenaf opleggen. Ze legde ook de link naar de lerarenopleiding en met name ook naar praktijkleraren. Haar antwoord toonde vooral dat de overheid en anderen heel erg bezig zijn met het thema.

Vragensteller Gennez reageerde niet onverwacht o.a. met een maatregel (een gemeenschappelijke sokkel) tegen de huidige segregatie inzake levensbeschouwelijke vakken in het officieel onderwijs. Tegen de achtergrond van radicalisering maakte ze haar bovenvermelde redenering inzake superdiversiteit verder af met als conclusie: er moesten voor alle levensbeschouwingen eindtermen komen, als aanpassing van het levensbeschouwelijk onderricht aan de 21e eeuw, volledig of gedeeltelijk ontwikkeld door de levensbeschouwingen zelf – voor haar partij mocht het volledig – maar niet langer, zoals vandaag het geval was, gecontroleerd door de levensbeschouwingen zelf. Het was voor Gennez evident dat de onderwijsinspectie die bevoegd is voor de controle op de eindtermen, ook in de toekomst als er een gedeelde sokkel wordt gedefinieerd minstens van de eindtermen voor de levensbeschouwingen, ook zou nagaan of die sokkel effectief gerealiseerd werd. Inderdaad anders dan nu, maar toch ook met allerlei nuances geformuleerd, leek mij. Ook haar slotzin wees op die genuanceerdheid: “Ik houd een warm pleidooi om daar toch minstens het debat over te voeren en wat ons betreft ook te landen in een compromis in de discussie over de eindtermen.”
Ook vragensteller Krekels klonk bekend: diversiteit, ja, maar wel vertrekken van een eigen identiteit, incl. waarden en normen van de samenleving hier en nu. Daarnaast beklemtoonde ze het belang van de kwaliteit van de leraren om dat hele verhaal overtuigend te kunnen brengen. 
Vragensteller Brusseel wees in haar repliek op het verschil tussen burgerschap en levensbeschouwing en ze koppelde daaraan verschillende mogelijke scenario’s, incl. het zgn. LEF-scenario van Patrick Loobuyck.

Interveniënt Elisabeth Meuleman verwachtte nog meer vrijstellingen van levensbeschouwelijke vakken in de toekomst en vond daarom dat er naar andere oplossingen gezocht moest worden, die zowel voor het GO! als voor andere netten een antwoord zou geven op maatschappelijke vragen: burgerschap, interreligieuze competenties, … Interveniënt Jos De Meyer wees op de vrijheid van onderwijs en wilde in de bespreking van deze vragen niet vooruitlopen op het eindtermendebat. Interveniënt Koen Daniëls vond het belangrijkste dat dat wat er in de levensbeschouwingen gebeurde, de andere eindtermen niet in het gedrang zou brengen, wat de minister overigens meteen als gegarandeerd beschouwde net door de erkenningsvoorwaarde voor scholen dat alle rechten en vrijheden uit de Grondwet en uit de mensenrechtenverdragen absoluut gerespecteerd moesten worden. Bij problemen kon de onderwijsinspectie daar nu al optreden. Voorts voor de minister geen eindtermen voor de levensbeschouwelijke vakken.

Bij de slotrepliek werd nogmaals duidelijk dat burgerschapseducatie kamerbreed belangrijk werd gevonden, met wel wat diverse modaliteiten, en dat daarbij opvoeden tot kritisch denken een groot goed is. Terecht, denk ik, en wordt zeker nog vervolgd.

Lees de bespreking van de “Vraag om uitleg over vrijstellingen levensbeschouwelijk onderricht van Caroline Gennez, over het nieuwe vak burgerschap van Kathleen Krekels en over het vak burgerschap in het onderwijs van de Vlaamse Gemeenschap (GO!) van Ann Brusseel” aan minister Hilde Crevits. 

Reageren op dit commentaar kan bij wilfried.vanrompaey [at] katholiekonderwijs.vlaanderen (subject: Commissie%20Onderwijs%2005-10-2017%20%E2%80%93%20Burgerschap%20en%20vrijstelling%20van%20levensbeschouwelijke%20vakken) (Wilfried Van Rompaey).