Commissie Onderwijs 01-02-2018 – Onderzoek naar tijdbesteding van leraren

13 februari 2018

Onderwijscommissaris Steve Vandenberghe sloot met zijn vraag aan bij de hoorzitting van de dag voordien, waarover ik al elders op deze pagina’s geschreven heb: waarom werd het hangende tijdbestedingsonderzoek voor leraren in het kader van het loopbaandebat niet uitgebreid naar directeurs?

Minister Crevits schetste de niet zo geringe envergure en strakke timing van dat net gestarte tijdbestedingsonderzoek en deelde en passant nog even een tik uit naar de krant De Standaard. Bovendien liep er al een weliswaar andersoortig onderzoek van professor Geert Devos naar  stress en welbevinden bij schoolleiders in het basisonderwijs. Dit voorjaar nog zouden de resultaten daarvan bekend zijn. En er was sowieso al een werkgroep over het thema “schoolleiderschap” in het loopbaandebat . Dat alles moest volstaan, vond de minister.

Het debat van de hoorzitting had indruk gemaakt op vragensteller Vandenberghe en hij herhaalde meermaals zijn oproep tot actie, met zijn twee resoluties als constructieve bijdrage. Interveniënt Kathleen Krekels had het niet voor het eerst over planlast vanwege zgn. tussenstructuren. Interveniënt Jos De Meyer keek uit naar de resultaten van de studie van professor Devos.

Interveniënt Ann Brusseel sprak wijze woorden, leek mij, over belastende rapportage zoals bv. inzake leerlingvolgsystemen. Zulke zaken blijven voor mij in het algemeen toch paradoxaal: vele actoren (ook de politici zelf) willen van alles; daarvoor is het nodig dat de “veldwerkers” allerlei zaken hoe dan ook noteren ter verantwoording; dan komen zeggen “ja maar, al die zaken moeten toch niet zo en zo opgeschreven worden  in dit of dat format” vind ik niet echt correct. Idem trouwens voor de toekomstige nieuwe werking van de onderwijsinspectie, waarnaar de minister verwees. Afwachten toch maar. En of het zo simpel was als vragensteller Vandenberghe stelde (“een goed beleidsvoerend vermogen, een goed opgeleide en goed omkaderde directeur zorgt ervoor dat er een onderscheid kan worden gemaakt tussen nutteloos en nuttig papier”) durfde ik betwijfelen.

Soit, met de stelling van de minister dat de vermelde planlast een verantwoordelijkheid was van iedereen, kon ik dan weer wél perfect leven. 

Lees de bespreking van de “Vraag om uitleg over het ontbreken van de directeurs in het onderzoek naar de tijdbesteding van leerkrachten van Steve Vandenberghe” aan minister Hilde Crevits.

Reageren op dit commentaar kan bij wilfried.vanrompaey [at] katholiekonderwijs.vlaanderen (subject: Commissie%20Onderwijs%2001-02-2018%20%E2%80%93%20Onderzoek%20naar%20tijdbesteding%20van%20leraren) (Wilfried Van Rompaey).