Commissie Onderwijs 01-02-2018 – Professionele masteropleidingen

13 februari 2018

Vier vragenstellers van drie partijen voor vier vragen om uitleg over een boeiend maar ook delicaat hogeronderwijsthema: onderwijscommissarissen Jenne De Potter, Koen Daniëls, Tine Soens en Jos De Meyer over de zgn. professionele masters mede ook naar aanleiding van berichten over een aanbod van de Nederlandse Fontys Hogeschool, die in Wetteren zo’n opleiding zou aanbieden. De hogescholen Howest en Thomas More zouden de mogelijkheid onderzoeken om een professionele masteropleiding te organiseren. Afgestudeerden van een professionele bacheloropleiding aan een hogeschool moeten nu nog een schakeljaar doen, wanneer ze nadien naar een universiteit willen overstappen om ook een masterdiploma te behalen. Die voorwaarde is allanger een doorn in het oog van de hogescholen.

De vier commissarissen hadden allemaal soortgelijke vragen over wat wel en niet kon, over de waarde van zo’n diploma dat behaald zou worden in een samenwerking tussen een Nederlandse en een Vlaamse hogeschool en over het overleg in VLIR en VLHORA. Ook werd die andere hangende kwestie (van de educatieve master basisonderwijs) bij de zaak betrokken.

Minister Crevits stelde in haar antwoord een aantal zaken heel duidelijk. Professionele masters in onze hogescholen waren nu niet aan de orde en zouden, heel terecht leek mij,  een grondig debat vergen met alle actoren. De minister wees daarnaast op het belang van samenwerking tussen hogescholen en universiteiten, die voor haar complementaire partners zijn, in plaats van pistes zoals die in Wetteren. In dat verband weidde ze even uit over het dossier van de educatieve master basisonderwijs en het Vlor-advies daarover van 23 november 2017. Zo’n Wetters mastersdiploma zou altijd een buitenlands diploma zijn, waarvan de minister ook nog enkele implicaties goed toelichtte.

In de replieken van de vragenstellers kwam telkens de kwestie van de duidelijkheid naar voor, en dus waren concrete voorstellen ter zake en onderzoek daarover belangrijk, zodat we weten waarover we spreken en zo tot conclusies kunnen komen in plaats van allerlei ad-hocpraktijken het hele hogeronderwijslandschap net minder transparant te laten maken.

Interveniënt Ann Brusseel sloot zich ook bij die bekommernissen aan, maar vooral haar woorden over het onderscheid (maar beide uiteraard kwalitatief goed) tussen de huidige professionele (hogeschool) en academische (universiteit) opleidingen apprecieerde ik. Interveniënt Kathleen Helsen prees dan weer de kwaliteit van de Nederlandse opleidingen in dit debat. Prima, maar ik wist niet wat ze allemaal bedoelde met haar “Daarom vind ik het toch wel belangrijk om goed te bekijken of die opdeling, die binaire structuur waar we destijds voor hebben gekozen, eigenlijk nog wel een structuur is die vandaag nog van belang is, omdat ook de academische opleidingen in heel veel gevallen professioneel zijn, gelukkig.” Misschien vergis ik me, maar ik hoorde in haar woorden echo’s van een artikel van Dirk Van Damme van enkele jaren geleden. Alle kritische uitspraken over het zgn. unieke karakter van het Vlaamse hogeronderwijslandschap ten spijt, na de integratie in 2013 van de 2-cycliopleidingen van de hogescholen in de universiteiten, lijkt die mij alvast wél transparant. Wie bovendien opleidingen kent van hogescholen resp. universiteiten in Vlaanderen, weet echt wel wat het verschil tussen beide inhoudt, ondanks alle debatten over de terminologische kwestie “professioneel en (niet: versus) academisch”.

Minister Crevits wees er vervolgens op  dat er al wel degelijk een advies ter zake aan VLHORA gevraagd was, waarvoor daar al een werkgroep opgericht was. Ze herhaalde dat alle opleidingen hun merites hadden, terecht. Dat de eerdere regelgeving twee drempels voor overgang en samenwerking tussen hogeschool en universiteit had gecreëerd kon daarbij voor haar ook perfect herbekeken worden.

Lees de bespreking van de “Vraag om uitleg over de plannen van de Vlaamse hogescholen om zelf professionele masters te organiseren van Jenne De Potter, over de mogelijke invoer van professionele masters van Koen Daniëls, over professionele masteropleidingen van Tine Soens en over de mogelijkheid om professionele masteropleidingen aan te bieden in Vlaanderen van Jos De Meyer” aan minister Hilde Crevits.

Reageren op dit commentaar kan bij wilfried.vanrompaey [at] katholiekonderwijs.vlaanderen (subject: Commissie%20Onderwijs%2001-02-2018%20%E2%80%93%20Professionele%20masteropleidingen) (Wilfried Van Rompaey).